100% bitterbal, omdat je voor keuzevrijheid bent

Aan Dimitri Gilissen

Lieve Dimitri,

Tot een uur geleden had ik nog nooit van je gehoord. Je naam dook op in een persbericht dat ik las bij de NOS: “VVD in Utrecht op de bres voor de bitterbal“. Een motie van de PvdD, waarmee wordt voorgesteld dat minimaal de helft van de hapjes die worden geserveerd op bijeenkomsten die de gemeente organiseert vegetarisch of veganistisch moet zijn, is met een meerderheid aangenomen. Jij en je VVD zijn hier niet blij mee, en je licht dit als volgt toe “De VVD is niet zozeer tegen uitbreiding van het aantal vegahapjes, maar wil de vrijheid behouden om te kunnen kiezen voor bijvoorbeeld een bitterbal.” En ook zeg je “De PvdD wil met het voorstel bepalen wat je op je bord hebt. Dat wil de VVD niet. Dat mensen kiezen voor een vegetarische of veganistische hap is prima, maar de partij legt een vegaquotum op. Daar zijn we niet van. Laat mensen lekker zelf bepalen wat ze eten”

Ik zou je graag op een aantal zaken willen wijzen. Ten eerste heb ik even opgezocht hoeveel vegetariërs en veganisten we op dit moment in ons land hebben. Volgens het SCP rapport ‘kiezen bij de kassa’ was vorig jaar zo’n 4,5% van de bevolking vegetariër en 0,5% veganist. Daarnaast is er een groeiende groep flexitariërs; mensen die bewust hun vleesconsumptie minderen (maar liefst 55% van de bevolking eet minimaal 3 dagen per week geen vlees, aldus hetzelfde rapport). Stel dat die flexitariërs hun niet-vlees-dagen random over de week verdelen, dan zit je toch al aan bijna 30% van je bevolking die op de bewuste dag van een gemeente-bijeenkomst geen vlees eet. En dan heb ik het nog niet eens over mensen die uit geloofsovertuiging geen niet-halal-zijnde rundvleesbitterballen naar binnen proppen (het meerendeel van de 5% moslims). Kortom, als we aannemen dat Utrecht representatief is voor heel Nederland, doe je zeker een derde van je bevolking tekort door geen vegetarische en veganistische hapjes aan te bieden. En dan hebben we het niet eens over niet-flexitariërs die soms óók wel iets anders zouden lusten.

Ten tweede ben je tegen dat quotum, omdat je wilt dat mensen “de vrijheid behouden om te kunnen kiezen voor bijvoorbeeld een bitterbal”. Het kan aan mij liggen, maar de laatste keer dat ik het controleerde betekende ‘minimaal de helft’ nog altijd niet ‘per definitie honderd procent’. Er lijkt me in die overige helft dan ook voldoende ruimte voor ‘bijvoorbeeld een bitterbal’.

Ik besef dat ik hierbij voorbij ga aan je tweede opmerking: je houdt niet zo van quota, omdat mensen ‘zelf moeten kiezen’. Daar kan ik me in vinden. Ik vroeg me daarom af hoe het hapjesbestelsysteem op jullie gemeentebijeenkomsten werkt. Hoewel ik niet in Utrecht woon, en dus nog nooit bij een Utrechtse gemeentebijeenkomst ben geweest, heb ik wel enige ervaring met bijeenkomsten, recepties, etcetera. Mijn ervaring is dat bij dergelijke bijeenkomsten een tafel met hapjes staat, of obers rondlopen met schalen met hapjes. Tot op heden heb ik nooit een dergelijke bijeekomst bijgewoond waar mij gevraagd werd wat voor hapje ik op mijn bord wilde. Ik vrees dus dat het vooraf bepalen van een verhouding vegetarische/veganistische/halal/overige hapjes de enige manier is om een ober met een dienblad vol hapjes de mensen bij de bijeenkomst van keuzevrijheid te voorzien.

En daarbij, zelfs als er 100% vegetarische of veganistische hapjes worden geserveerd heb je een keuze: ze wel opeten, of niet. Als vegetariër of veganist wordt die keuze al voor jou gemaakt wanneer er een schaal vol rundvleesbitterballen aan je wordt gepresenteerd.

Lieve Dimitri, laat die motie die je morgen wilt indienen lekker op de plank liggen, en geniet bij je volgende bijeenkomst van zowel rundvleesbitterballen als kaasstengels, vegetarische loempiaatjes, falafelballetjes, gefrituurde uienringen, en stukken komkommer met hummus. Of alleen van de rundvleesbitterballen, net wat jij wilt. Keuzevrijheid, wat heerlijk!

Marieke

 

Eén reactie

  1. Lieve Marieke,

    Dank voor je mooie brief. Gisteravond nam ik een vegetarische loempia van een snackschaal en moest aan je denken, vandaar dat ik je vandaag schrijf. Jouw reactie heb ik de afgelopen dagen vaker gehad: ‘Zolang het niet 100% vlees of 100% vega is, is er toch keuzevrijheid?’ Dat is natuurlijk helemaal waar, maar daar ging het niet over in de Utrechtse gemeenteraad. Ging het trouwens alleen maar over de hapjes tijdens de raadsvergaderingen. De Partij voor de Dieren heeft bedacht dat het vegaquotum zou moeten gelden voor alle gemeentelijke bijeenkomsten en bijeenkomsten die samen met de gemeente worden georganiseerd (buffetten, hapjes, etc.). Tot overmaat van ramp vindt de PvdD ook dat de gemeent het vegaquotum actief zou moeten uidragen door andere organisatoren van evenementen hier op te wijzen.

    De reden waarom ik er een punt van heb gemaakt is dat ik vind dat een grens is overschreden. Ja, ik hou niet van quota, maar ik ben helemaal allergisch dat de gemeente een standpunt inneemt, uitdraagt en oplegt over wat goed of niet goed zou zijn. Zeker als het gaat om iets persoonlijks zoals de keuze wat je wel of niet eet. Stimuleren en verleiden is prima, maar opleggen of bepalen gaat te ver. Waar leg je de grens? Dat de PvdD tegen het eten van vlees is wel duidelijk. Straks stellen ze voor om 75% of 85% vega te laten zijn. Ook dan heb je nog keuzevrijheid, maar je hebt dan wellicht meer het gevoel in het pak te worden genaaid.

    Het past de overheid niet om zich met dit soort dingen bezig te houden, laat staan regels te stellen. Goed gastheerschap van de gemeente betekent dat je rekening houdt met de wensen van je gasten. Als je de eetwensen van tevoren kunt vragen is dat natuurlijk het allerbeste, als dat niet gaat kies je voor een mix van vlees en vega. Lijkt me heel normaal, daar hebben we geen motie van de PvdD voor nodig.

    Dimitri

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *