Van baby

Fifty-fifty

Aangezien de gemiddelde zwangerschap veertig weken duurt, en het maximum op 42 is gezet, zit ik nu definitief over de helft. Dat vind ik nogal wat. Nu het buiten ook echt herfst is en er afspraken gemaakt worden voor het vieren van Sinterklaas, komt de winter angstvallig dichtbij. En aan het eind van die winter hebben wij een baby.

20weken Lees meer

Over je navel

Alle zoogdieren, en dus ook alle mensen, hebben een navel. Ik leerde al dat die navelstreng eerst een heel open verbinding was tussen moeder en baby, en dat de buik van zo’n baby op een gegeven moment (na een week of 12) dicht gaat. Dan heeft zo’n navel dus een functie, ook al bestaat ‘ie dan technisch niet omdat het dan een gat is waar de navelstreng doorheen loopt, want dat is het doorgeefluik voor alles wat de baby nodig heeft: bloed met zuurstof en voedingsstoffen – en afvalstoffen worden weer lekker teruggestuurd. Maar vorige week had ik een andere navel-gerelateerde vraag. Ik zie tegenwoordig heel wat zwangere vrouwen, en bij sommigen is hun navel naar buiten geplopt. Wat ik mij afvroeg: hoe komt dat, en vooral: plopt hij na de bevalling vanzelf weer terug? En als vervolg daarop: wat zit er eigenlijk achter je navel?

De eerste vragen waren vrij gemakkelijk beantwoord: door de druk op je buik wordt je navel-gat wat minder diep, en kan het dus zelfs de andere kant op ploppen. En ja, meestal gaat dat vanzelf weer over. Voor de laatste vraag vond ik bij Willem Wever dat de bloedvaten, die dus oorspronkelijk uit de navelstreng kwamen, niet meer worden gebruikt (je hebt dan immers je eigen bloedsomloop), en dat die een beetje verschrompelen. Ieder van ons loopt dus met een stel verschrompelde adertjes achter zijn navel. En verder is het gewoon een dun stukje huid. Er is overigens geen wetenschappelijke verklaring voor het feit dat sommige mensen, zwanger of niet, hun hele leven met een naar buiten geplopte navel rondlopen en anderen een krater hebben.

Weer wat geleerd!

Muisjes

Omdat we om half negen in Maastricht moesten zijn, sliepen we in een hotel. Bij het ontbijt konden we kiezen uit duizend broodbeleg: pure hagelslag, melk hagelslag, pure vlokken, melk vlokken, vruchtenhagel, aardbeienjam, abrikozenjam, bosvruchtenjam, honing, pindakaas, chocoladepasta, hazelnootpasta, en dan ook nog heel wat soorten kaas en vleeswaren. Maar: geen muisjes. Want die eten de mensen alleen op kraamvisite. Toen vroegen wij ons af: is dat nou een nadeel voor De Ruijter, of juist niet?

beschuit met roze muisjes Lees meer

Mijn baby is een ‘hij’

Als er een baby in je buik zit, praat je daar dus wel eens over. Met andere mensen. En die denken dan soms dat ze, omdat ze het geslacht van dat kind niet weten, heel correct ‘het’ of ‘hij of zij’ moeten zeggen. Dat vind ik echt superonzin. Een baby is een ‘hij’, dat weet toch iedereen? Net zoals alle katten, honden, wat zeg ik, alle dieren een hij zijn. Ja, ook als ze biologisch gezien van het vrouwelijk geslacht zijn.

bron
bron

Ik ging bijvoorbeeld vorige week een plaatje zoeken van slakkeneieren (want die zaten in mijn tuin – dat wil zeggen, er zat een klontje in mijn tuin en ik dacht dat het slakkeneieren waren en ik wilde dat even checken) (ja, het waren inderdaad slakkeneitjes dus ik heb ze in de compostbak gegooid want daar wil ik wel slakken en in mijn tuin niet) (ze hebben al mijn boerenkool al opgegeten). En ik vind dus dat je best van deze foto kunt zeggen “zie die slak! Hij is een ei aan het leggen!”. Lees meer

Van die afgrijselijke dingen die mensen over en tegen babies zeggen

Vorig jaar dacht ik dat ik de meest helse winkelervaring van mijn leven heb gehad in de keukenzaak. Na een te lange ochtend bij de parketvloermensen gingen we, omdat we toch in de buurt waren, nog ‘even’ langs een ‘echte’ keukenwinkel. Hoewel we vrijwel overtuigd waren van een exemplaar van Ikea, kon wat voorlichting geen kwaad. Boyyy were we wrong. Een verkoper van toch zeker 15 had een heel schattig lineaaltje met allerlei vakjes en dingetjes, en deed er een miljard uur over om een plattegrond te schetsen die ik in tien seconden al als voorbeeld op het blaadje had getekend. Maar dan met rondjes voor de kookplaten en een speciaal kraan-tekentje. En waar ik er al vrij snel achter was dat deze jongen heus minder verstand had van keukens inrichten dan ik, was hij wel donders goed in je niet weg laten gaan. Toen ik haast moest huilen van ellende (en honger, het was tegen drieën en ik had alleen ontbeten) wilde hij ons alleen nog even zijn visitekaartje meegeven. Waar hij een kwartier naar moest zoeken. Oi oi.

Maar toen was ik dus nog nooit in een babyzaak geweest. Lees meer

Wat ik heb geleerd over de ontwikkeling van het menselijk lichaam

Nu ik een baby krijg gaat er een wereld voor me open. Ik leer bijvoorbeeld van alles over hoe een minuscuul klompje cellen zich ontwikkelt tot een mini-mensje dat na een tijdje groeien zomaar in de buitenwereld kan gaan overleven.

Tijdens de echo met twaalf weken zei de meneer die een soort visuele dwarsdoorsnede van ons kind maakte “kijk, de buikwand is inmiddels ook dicht”. Ik zag dat overigens niet, alleen als hij recht van de zijkant op de baby mikte kon ik een hoofd en beentjes en andere mens-vormen onderscheiden. De man bleek bij de eerste echo al een echte pro; hij had direct het hartje gespot. Lees meer

Tri toch maar nie

Ik ging dus even een tijdje niet voetballen omdat het zomerstop was, en ook omdat ik ging trainen voor de triathlon. Zwemmen, fietsen, wisselen – elke training was leuk en ik keek uit naar 29 augustus. Maar in plaats van die dag mijn eerste 1/8e triathlon te doen, zit ik dan in Zürich. Ik had al besloten me af te melden, voor de andere plannen werden gemaakt. Niet omdat ik niet durfde, of niet wilde, maar omdat het me werd afgeraden. Zwemmen is prima, hardlopen kan wel, maar racefietsen en voetballen kan beter even niet.

Als alternatief ben ik zaterdagochtend naar zwangerschaps-bootcamp gegaan. De hele zondag had ik nog er nog plezier van, en ook gisteren was de spierpijn niet helemaal verdwenen. Vanavond weer!