Van buiten

Wisselen

Die triathlon dus. Dan moet je eerst zwemmen – dat heb ik inmiddels geleerd, en je eindigt met lopen – dat kon ik al heel behoorlijk. Daartussenin zit fietsen, en dat moet het verst want je gaat daar het hardst. Niet op je stationsbarrel met fietstassen en zonder versnellingen. Racefietsen, dat is heel wat anders dan ‘op een gewone’. Gelukkig heb ik vrienden met fietsen, helmen en dezelfde schoenmaat. Want er zitten ook nog klikpedalen op. Pedalen waar je je schoenen in vastklikt, zodat je de trappers niet alleen omlaag duwt, maar ook omhoog trekt. Daar ga je nog harder van. Nog enger. Lees meer

Uit goedheid van mijn hart

Zondagochtend, half negen. Ik stuur de buurvrouw een bericht: na de gewonnen wedstrijd van zaterdag voelde ik mijn heup weer, dus ik zou een keer verstandig doen en niet gaan rennen. Een zielige reactie over snot en moeheid volgde, en ik zei “zal ik anders toch mee?”. Dat hoefde niet, want ik had ‘pijn’. Maar zó erg was het ook weer niet. En het was zulk heerlijk weer. En ik kon ook gewoon voor de tien, en dan een uur lang mensen over de finish schreeuwen.

Lees meer

Over damesvoetbal

Hoewel ik mezelf niet als een ‘sportief type’ beschouw, voldoe ik denk ik wel aan de eisen. Ik loop hard, ga zo nu en dan naar de sportschool, in de zomer zwem ik graag en het hele jaar door ga ik twee tot drie keer in de week buitenspelen op het voetbalveld. Naast mijn reguliere wedstrijdverslagen, schreef ik voor het blad van onze club een stuk over damesvoetbal, en dan vooral over het verschil tussen dames en heren op het veld.

damesvoetbal Lees meer

Eekhoornetymologie

Omdat het de hele dag noodweer zou worden, stonden we die zondag vroeg op om naar het American Museum of Natural History te gaan. Te vroeg, zo bleek, want we mochten er nog niet in. Om de tijd te doden liepen we om het immense gebouw heen. En daar op het gras en in de bomen zagen we een stel eekhoorns. Dat is nog eens fijn vermaak! Ze klauterden in struiken, roetsjten dikke stammen op en af, en frunnikten met die kleine handjes in het gras, op zoek naar wat lekkers. Toen hoorde ik een klein meisje roepen: “eekhoorn!!”. Maar vervolgens ging ze verder in onvervalst Amerikaans. En snapte ik dat ze had gezegd dat die squirrel een acorn had gevonden. Ja ja. En zo was ik ervan overtuigd dat ik een etymologische ontdekking had gedaan: wij noemen het een eekhoorn, omdat ze acorns eten.

zo ging het

Helaas raadpleegde ik mijn goede vriend Google om mijn gelijk te bewijzen, waardoor ik erachter kwam dat meer mensen denken dat ze zo briljant waren, maar dat het in feite een false friend is. Het lijkt dus wel zo, maar is het mooi niet. Want acorn heeft weer dezelfde herkomst als aker dat weer eik is geworden, en verder is het niet helemaal duidelijk, vooral niet waar dat ‘hoorn’ op slaat. Maar je kan je daarna wel uren vermaken met het opzoeken van andere woorden in datzelfde etymologiewoordenboek. Een squirrel is bijvoorbeeld een verbastering van het Grieks voor ‘schaduwstaartje’. Dat is ook leuk om te weten.

Zondag

Op zondagochtend is de mensheid te verdelen in twee categorieën. Zij die in bed blijven, en zij die opstaan. Zowel mijn geliefde als die van de buurvrouw behoort tot de eerste categorie, wij tot nummer twee.

Met een beetje pijn in ons hart maar nog veel meer zin om te gaan verlaten we onze geliefdes en rennen met het grootste gemak over de brug, door het park en langs de IJssel. We komen mensen tegen die ook liever naar buiten gingen dan dat ze in bed bleven. De groep mannen die in formatie en met metaaldetectoren de akkers afstruinde, omdat je misschien op zondagochtend wel de grootste kans hebt op het vinden van een schat. De wielrenners, soms in strakke pakjes, een ander in een oud joggingpak, die vriendelijk groeten of razendsnel voorbijschieten. De mannetjes (en één vrouw) van klootschietvereniging, waarvan we eerst alleen silhouetten konden onderscheiden en ons afvroegen wat zich daar op de dijk toch afspeelde. De hardlopers, die soms het hart van de buurvrouw sneller deden kloppen (een hartslagmeter verraadt alles) en waar we vakkundig de techniek van beoordeelden. Voor we het wisten waren we terug in de stad, die onzichtbaar in een magisch grote mistwolk was gehuld.

En toen gingen we allebei in ons eigen huis met onze eigen man die inmiddels uit bed was lekker schaatsen kijken. Wat een dag.

 

Over de eekhoorn die ik niet zag

De herfst is een van mijn favoriete seizoenen. Ik mag weer lekker warme kleren aan: dikke truien, gebreide sjaals, gevoerde laarzen en lievelingswantjes. Ook fijn: spruitjes en pompoen. Pastinaak, postelein, schorseneren en stoofpeertjes. Wandelen of rennen tussen bomen met bladeren in alle kleuren, of zonder bladeren na een fikse storm. Kastanjes, eikels, paddenstoelen. En met een beetje geluk: dat ik dan een eekhoorn zie. Met zo’n dikke staart, slimme kraaloogjes, handige pootjes en lieve pluimpjesoren.

Hoewel het al ruim twee maanden herfst is, ik in een wat ze noemen ‘bosrijke omgeving’ werk en we afgelopen weekend op de Veluwe waren, heb ik er nog geen gezien dit jaar (behalve op mijn twee paar eekhoorn-sokken, maar dat is een ander verhaal). Eigen schuld, aangezien negen van de tien Veluwegangers wél op tijd keken toen mijn geliefde “kijk, een eekhoorn!” riep. Nu heb ik ook nog van mijn vrienden bij de zoogdierenvereniging geleerd dat ze niet alleen erg leuk zijn om naar te kijken, maar dat ze ook nog eens lollige geluidjes maken: “Bij opwinding klinkt een scherp tjuk-stuk-tjuk, bij alarm chroe-roe-roe en ter begroeting van een bekende soortgenoot moek-moek-moek“.

Een soortgenoot ben ik niet, maar áls ik er een zie, zal ik moek-moek-moek-geluidjes maken en dikke vrienden met hem worden.