Van

Lubach

Eén keer eerder was ik bij tv-opnames. Tien jaar geleden zaten Tiny en ik de hele dag in de kantine te wachten, en met kandidaten in de opnames voor ons mee te spelen met hun potjes Lingo die op het scherm te volgen waren. We imponeerden onze tegenstanders, die lang niet zo vaak en snel het juiste woord hadden geraden. We zeiden “ohh waarom zei hij niet …” als iemand een onlogisch woord spelde. Als allerlaatsten waren we dan eindelijk aan de beurt, en in haast onnavolgbaar tempo hadden we in de finale nog een minuut over toen het benodigde aantal woorden was geraden.

20141109_124616

Hoewel hij in zijn teaser zal doen geloven dat het om ‘het nieuwe Lingo’ gaat, was de opname van de eerste aflevering Zondag met Lubach iets volstrekt anders. Op de plog van Martine won ik twee kaartjes en dus togen deze provinciaaltjes naar Mokum. Omdat we een geheimhoudingsformulier hebben getekend, kan ik helaas niet vertellen wat het is en waar het over gaat, en heb ik me ook keurig aan de geen-foto’s-regel gehouden. Aangezien er niet op het formulier stond op straffe van wat dat dan was, ben ik haast geneigd dat toch te doen. Ik kan altijd nog Theo Hiddema vragen mij bij te staan als ik word aangeklaagd.

Ga maar kijken dus. Vanavond om tien voor half tien, op drie.

Combinatiegroente

“Wat ga jij vanavond eten?” is een vraag die wij elkaar in de lunchpauze regelmatig stellen. Meestal moet ik het antwoord schuldig blijven, aangezien ik een fantastische geliefde heb die elke avond een verrassingsmaaltijd voor me heeft klaarstaan als ik thuiskom. Maar praten over eten is altijd goed.

En zo kwamen we op: groentecategorieën. Collega E had namelijk gisteren vis met wortel gegeten. Dat zou ik nooit doen. Ik eet geen vis, en ook nooit wortel – dat wil zeggen: gekookt en als losse groente. Wortel valt voor mij in de categorie ‘combinatiegroente’, net als bijvoorbeeld prei, courgette, champignons en ui. Van die groente die je altijd wel ergens doorheen kunt gooien, maar die zelden of nooit de hoofdrol zullen spelen in een gerecht (behalve misschien in soep of taart). Rode kool daarentegen is haast niet in een ondergeschikte functie voor te stellen, en broccoli zit er dan weer ergens tussenin, want kan als allebei. Misschien komt het omdat wij zelden ‘aardappelen-groente-vlees(vervanger)’ eten, maar meer ‘hoofdgroente’ dan rode kool wist ik niet. Witlof wellicht.

2014-08-04 19.11.04
Wortel combineert ook goed met Ockels

E ging pizza eten, want haar lief lust geen kaas en hij was er lekker niet. Wij maakten lasagne, met alle restjes combinatiegroente die we hadden. Behalve de witte kool – want niet alle combinatiegroenten kunnen dan weer met elkaar. Daar zouden we ook wel een categorie voor kunnen bedenken…

Sticky Toffee Coffee Cake

Oohhh alleen de naam al! Het begint met sticky, wat niks anders kan inhouden dan lekker plakkerige zoetigheid. Toffee, hela, nóg meer zoete plakkerigheid – of misschien hoort het bij elkaar. Coffee spreekt voor zich, al is het eerder een subtiel ‘bittertje’ (zo zegt Robert Kranenborg het ook altijd) dan een nadrukkelijke koffiesmaak. En cake omdat het een taart is in het Engels. Voor het ‘krokantje’ (Robert, opnieuw) gooi ik er nog wat wal-, para- en pecannoten door, al blijven ze niet supercrispy, ze zijn wel erg lekker. Net als de rest van deze taart dus. En er gaan dadels in dus eigenlijk is het heel verantwoord want dadels zijn fruit.

2014-10-22 11.04.05

Wat heb je nodig?

Voor de taart

  • 250 ml water
  • 250 gram dadels
  • 125 gram boter (op kamertemperatuur)
  • 225 gram basterdsuiker
  • 4 eieren
  • 225 gram bloem
  • 2 zakjes oplos-espresso (van die campingkoffie)
  • 1 zakje bakpoeder
  • pecannoten, walnoten, paranoten – leef je uit

Voor de karamelsaus

  • 250 ml slagroom
  • 60 gram boter
  • 225 gram basterdsuiker
  • flink wat (zee)zout
  • heel veel geduld (laat het me svp weten als je een winkel vindt die dit verkoopt)

Wat moet je doen?

Hak de dadels in kleine stukjes en doe ze in een kom. Giet hier 250 ml kokend water overheen en laat het een tijdje staan – liefst minimaal een half uur, maar als je erg ongeduldig bent kun je ze ook even koken in plaats van weken, dat gaat sneller (dat geduld heb je later alsnog nodig trouwens).

Zet intussen de oven vast op 175 graden zodat ‘ie kan voorverwarmen. Mix de boter met de suiker tot een smeuïg goedje en voeg daarna (een voor een) de eieren toe. Doe dan de bloem erbij en een snuf zout – in recepten zeggen ze altijd dat je moet zeven en daarna niet meer moet mixen en dat heb ik geprobeerd maar ik weet niet of het nu echt een wereld van verschil maakt, dus kijk maar wat je handig vindt.

Doe nu het bakpoeder en de oploskoffie bij het dadelprutje. Als het goed is, is het een soort klonterige, kleverige smurrie. Roer even goed door, kieper dat dan allemaal bij de rest van het beslag en meng de hele bende goed door elkaar. Voeg nu ook de noten toe. Vet een springvorm in (dit mag ook eerder, maar ik kom daar altijd rond dit moment in het bakproces achter) en vul deze met het beslag. Zet in het midden van de oven en bak voor ongeveer een uur.

Nu heb je een half uur om de afwas te doen, en dan kun je beginnen met de karamelsaus. Doe alle ingrediënten in een pan (hoe dikker de bodem, hoe kleiner de kans op aanbranden) en breng aan de kook. Blijf Een Half Uur Lang regelmatig roeren – hier heb je dat geduld dus voor nodig. Je kunt intussen wel bijvoorbeeld een boek lezen, maar niet iets dat zo spannend is dat je er niet minimaal elke drie minuten aan denkt te roeren. De saus is klaar als hij lekker dik en stroperig is, en eigenlijk moet hij dan waarschijnlijk nog heel even omdat je wel klaar bent met dat geroer maar heus, hij wordt beter als je de tijd neemt.

Vergeet ook niet af en toe in de oven te koekeloeren en na ongeveer een uurtje te checken of de taart gaar is. De welbekende truc met de satéprikker werkt hier ook prima: komt ‘ie er droog uit, dan is de taart klaar. Zit ‘ie volgeplakt met nog nattig deeg, dan moet je echt nog even wachten.
Als de taart klaar is haal je ‘m uit de oven, laat even afkoelen en giet de karamelsaus eroverheen. Als je in een decoratieve bui bent kun je er ook nog een leuk nootjes-patroon op leggen. En als je nog wat geduld over hebt: hij is nóg lekkerder als je de karamelsaus genoeg tijd geeft om flink in de taart te trekken. Maar daarvoor heb je naast geduld ook heel veel zelfbeheersing nodig….

(Hoera! Dit was het laatste recept uit de oude oven in de oude keuken !)

Gebaseerd op het recept van Yvette van Boven in het Volkskrant Magazine van een tijdje geleden (ik heb het uitgescheurd en er staat geen datum op…).

Een huis

Het lijkt ineens op een huis. Op een plek waar je kunt wonen, als je er een bank en een bed neerzet. Op een plek waar een kat kan rondlopen en zich op een kleedje kan oprollen voor een middagdutje in de zon. Wat een vloer al niet kan doen.

Maar eerst die in de gang, want die is het aller aller aller gaafst.

Gang

P1040290
Het is maar goed dat we toch al zelden dronken thuiskomen, want dat is nu echt niet meer aan te raden…

Woonkamer

P1040297 P1040296

Vandaag heb ik de kozijnen aan de voorkant twee keer in de grondverf gezet. Omdat jullie vast niet allemaal oplettende kijkers zijn, wil ik hier even nadrukkelijk vermelden dat er twaalf (twaalf) randjes en richeltjes in het kozijn zitten. Per kant.
Nu alleen nog schuren en twee keer aflakken. En dan de kozijnen aan de achterkant nog…

P1040305
Twaalf. Tel zelf maar.

Boven

P1040300
De vloeren moeten nog worden afgelakt, en de deurposten houden we ook niet geel, maar bewoonbaar is het zeker. En mooi.

Volgende week zaterdag gaan we verhuizen!

Misconstellationeten

Omdat we alledrie bijna jarig zijn, besprak ik met twee collega’s wie volgende week wat voor taart gaat bakken.

De vraag “Ben jij eigenlijk ook een weegschaal?” kwam redelijk uit de lucht vallen.
“Nee, een schorpioen” antwoordde ik beduusd. “Hoe kan dat, we zijn vlak na elkaar jarig?!?” was de vervolgvraag.

We gingen op zoek naar de precieze datumgrenzen van de sterrenbeelden, en belandden op de fascinerende pagina van mens-en-gezondheid.infonu.nl. Daar lazen we dat er niet alleen sterrenbeelden zijn, maar dat die allemaal bij een element horen, en dat daar weer een lijst persoonskenmerken aan vast zit.
En toen vroegen we ons af: hoe zit dat?? Je sterrenbeeld wordt bepaald door het moment waarop je bent geboren, maar hee, ik was bijvoorbeeld drie weken te vroeg. Nu is dat niet een probleem, want ik zou dus ook volgens planning wel een schorpioen zijn. Maar hoe werkt dat als je onder het verkeerde sterrenbeeld wordt geboren? Als je eigenlijk een schorpioen moest zijn, maar een paar dagen te vroeg kwam en als weegschaal door het leven moet? Dan zit je als emotioneel gevoelsmens dus mooi vast in een wetenschappelijk georiënteerd element, en dat zou zomaar voor een complete persoonlijkheidsstoornis kunnen zorgen! Misschien zijn alle extreme ADHD’ers wel mis-constellationeet!

We zullen onze dataverzameling bij onze verjaardagskoffie beginnen door al onze collega’s te vragen: wanneer ben je geboren, wanneer had je geboren moeten worden, en welk van de drie taarten lijkt je het lekkerst – dat heeft er vast ook wel iets mee te maken. Oh ja, en persoonlijkheidskenmerken en -stoornissen dus. De vragenlijst zal binnenkort ook gedigitaliseerd beschikbaar worden gesteld, om een zo uitgebreid mogelijke dataset te verkijgen. Misschien kunnen we ook wel iets met CBS-data, of alle verloskundigen van het land (denk groot! waarom niet de wereld!?) aanschrijven. Een andere collega van ons is gespecialiseerd in zittenblijversonderzoek met behulp van regressie-discontinuïteit en dat lijkt ons hier bij uitstek geschikt voor.

Conceived at the same time, but born under different constellations: a regression discontinuity analysis of misconstellationetes and personality traits. IG-nobelprijs, here we come.

(ik gebruikte eerst de term ‘a-constellationeet’ maar het gaat natuurlijk niet om mensen die geen sterrenbeeld hebben, maar alleen maar het verkeerde. Suggesties voor een beter woord? Laat het weten! Je wordt dan zeker vermeld in de acknowledgements en ook in onze speech.)

Max

Over anderhalve week word ik al/pas dertig, maar mijn favoriete televisieprogramma’s zijn nu al van Omroep Max. Ik weet niet zeker of mijn “leef- en denkwereld” heel erg overeenkomt met die van 50-plussers (“Dé 50-plusser bestaat niet, maar onderscheidt zich als groep wel van andere leeftijdsgroepen”), maar aan de andere kant heb ik wel het idee dat ik val onder de “actieve mensen, betrokken bij hun omgeving en volop onderdeel van de moderne samenleving” – wie niet?

Toch heb ik de indruk dat het meer met de presentatoren te maken heeft, dan met de “50-plus-leefwereld”. Heel Holland Bakt zou lang zo leuk niet zijn als Martine Bijl niet regelmatig met een soort satanisch genoegen heel naïef zou vragen of het “wel zo bedoeld” was. En hoewel de opzet verder ook goed is, is het vooral erg fijn dat Joost Prinsen in Met het Mes op Tafel steken onder water geeft als deelnemers naar zijn zin te weinig bluffen of zich te snel terugtrekken, en zegt dat hij het stiekem leuk vindt als mensen die Twee voor Twaalf drie keer winnen er bij hem in de eerste ronde uitvliegen (plus: zijn bril is gaaf).

Maar … vind ik deze programma’s dan dus vooral leuk omdat de presentatoren ouwe zuurpruimen zijn, en is dát wat ‘de groep 50-plussers’ onderscheidt van de andere leeftijdsgroepen? “Max laat 50-plussers zien zoals ze zijn”. Ik vraag me af of Jan Slagter dit daarmee voor ogen heeft ;) Wel vraag ik me trouwens af hoe je je doelstelling om 50-plussers te laten zien bereikt door vooral leuke 50-minners als kadidaten voor je programma’s te accepteren. Uit solidariteit met de principes van Max ga ik me toch maar niet aanmelden voor volgende seizoenen. Ik zie jullie over twintig jaar, Martine en Joost!

Knap gephotoshopt - voor een 50-plusser
Knap gephotoshopt – voor een 50-plusser

Meer van zulke pareltjes op de HeelHollandBakt-facebookpagina

Buschauffeurs

Wat is dat toch met buschauffeurs? Op basis van zo min mogelijk observaties omdat ik de bus zo veel mogelijk mijd heb ik de indruk dat er twee soorten bestaan: oprecht vriendelijke die ‘goedemorgen’ zeggen en ‘ik geef je wel een seintje’ als je vraagt of ze ook bij De Terp stoppen. En zij die als antwoord op die vraag nurks naar een schermpje achter zich wijzen, terwijl ik heel dat scherm nog niet kan zien omdat ik nog niet eens in de bus ben.
Die van de tweede soort tref ik helaas vaker dan de eerste, en misschien is dat wel de reden dat ik zo’n gruwelijke hekel heb aan reizen met de bus. Doe mij de trein maar. Ooit een machinist meegemaakt die er schijnbaar een sadistisch genoegen in had alles waarvoor geremd dient te worden met minimaal de maximumsnelheid te benaderen, zodat het elke tweehonderd meter voelt alsof er een noodstop wordt gemaakt? Of een die met zo weinig gevoel door bochten scheurt dat je je aan je buurman moet vastgrijpen om niet in het gangpad te belanden?
En bij treinen heb je ook niet het risico dat je een detour van twintig minuten krijgt als je aan de verkeerde kant van de rotonde instapt. Maar daar kon die stomme chauffeur dan weer niks aan doen.

(terzijde: is het je wel eens opgevallen dat in buschauffeur een sch zit die je niet zo uitspreekt? Mij zojuist.)

Brandgevaar

Hier in Southampton, waar ik een paar dagen met collega’s op de universiteitscampus verblijf, nemen ze de veiligheid van studenten, medewerkers en bezoekers erg serieus. In het programma werd expliciet vermeld dat er géén brandoefening was gepland, en werden we zowel schriftelijk als tijdens het welkomstpraatje geattendeerd op de route naar het assembly point waar je je bij ontruiming dient te melden. In elke collegezaal struikel je over opzichtige alarmbellen, rookmelders en brandblussers. In het complex waar we overnachten hangen posters met ‘wat te doen als je een brand ontdekt’, ‘wat te doen als het alarm gaat’ en tientallen waarschuwingen en handleidingen. Elke dinsdag vindt tussen 1 en 7 een alarmtest plaats, als je alarm niet gaat moet je het melden en als het langer dan 20 seconden blijft loeien is het serieus en moet je evacueren.

brandcollage
Alles to ensure your safety.
Heel sympathiek, maar ook wel zorgwekkend. Is het al zo vaak misgegaan dat ze er nu alles aan doen om dat verder te voorkomen….?

Bijgetankt

Vooraf was ik bang dat ik een jochie van een jaar of 18 moest thuisbrengen, en dat hij me zou uitlachen als ik nog even heel goed moest nadenken waar het gaspedaal ook alweer zat. Ik weet dat wel, want ik heb goede ezelsbruggetjes: koppelinks, remidden en dan is gas nog over en dus rechts. Omdat ik dit vooraf had bedacht, wist ik toen ik instapte welk pedaal ik waarvoor moest hebben. En dat jochie was wel achttien, maar van uitlachen was geen sprake. Nog voor ik de wijk uit was, was het al best gezellig.

Misschien kon ik wel wat rustiger op een rotonde af, is rechts houden ook iets verder van de berm af wel acceptabel – of zelfs wenselijk, en kun je 30 beter in z’n twee, maar over-all viel het bijzonder mee. Nul keer afgeslagen, niemand aangereden.

De rij-instructeur vond het zonde van mijn geld. Zesendertig euro, voor een uurtje zelfvertrouwen tanken. Ik vond het het wel waard.

Geurgeheugen

“… en dit is een heel bijzondere, deze spreekt direct je geurgeheugen aan”
We liepen over een streekmarkt in het park, waar je eigenlijk altijd dezelfde categorieën kraampjes aantreft:

a) ambachtelijke producten uit de regio. De man van ‘van big tot bord’ probeerde me allerlei stukjes ham en droge worst te laten proeven, maar was “even goeie vrienden” toen ik zei vegetariër te zijn. De mosterd, jam en kaas bij zijn buren zagen er overigens heerlijk uit.
b) frutseldingen voor in je huis. Van die stukjes hout waar ‘home’ of ‘love’ op is geschilderd, en slingers met stenen en houtjes en zeepblokjes.
c) zweverige toestanden. Met dus ook edelstenen die je geurgeheugen aanspreken. Ja ja.

Eerlijk gezegd heb ik er nooit bij stilgestaan dat ik een geurgeheugen heb. Wel herken ik de wasverzachter van mijn moeder, het parfum van oma en heb ik het heus wel door als een huis naar natte hond ruikt. Maar dat is eigenlijk vooral gebaseerd op herkenning. Ik kan niet denken aan koffie en het dan ook ruiken in mijn hoofd. Hoe zou zo’n steen werken? Ruik je dan werkelijk appeltaart, op het moment dat je eraan denkt? Helpt het je geuren beter te identificeren? Kun je, door heel sterk te denken aan de lucht na een zomerse regenbui, een smerige frietwalm verdrijven?

Tijd om op onderzoek uit te gaan. Google geeft me 1610 resultaten op ‘geurgeheugen’, waaronder een liedje van Edwin Rutten en vooral veel over algemene zaken zoals dat geuren een herinnering kunnen oproepen en dat er heel wat onderzoek is naar hoe geur gedrag beïnvloedt. Dat wist ik al, maar het ging me nu juist om die bewering van die vrouw bij dat kraampje (wel heb ik geleerd dat ‘anosmie’ officieel het woord is voor een -gedeeltelijk- gebrek aan reukzin, maar ik noem dat denk ik liever geurenblind). De combinatie ‘geurgeheugen edelsteen’ levert 71 resultaten, waarvan de eerste tien allemaal al niet om de samenhang tussen die twee gaan. Een beetje voorbarig misschien, maar ik geef het op en besluit er nu al helemaal maar niet in te geloven. Helaas.