Van

Top

Een collega zei me dat hij een goed recept met aubergine voor me had. Ik vind aubergine heel erg lekker, dus riep “oooooh! Aubergine hoort bij mijn lievelingsgroenten! Het staat echt in mijn top …”. En toen moest ik nadenken. Want in mijn top hoeveel staat aubergine eigenlijk? Als ik een lijstje moet maken van alle groenten die ik lekker vind, staat ‘ie er zeker tussen. Maar op basis waarvan maak ik een ranking? Vind ik aubergine lekkerder dan spruitjes, pompoen, pastinaak, erwtjes, wortels, bietjes, courgette, spinazie, meiknolletjes, aardperen, paprika, asperges, veldsla, schorseneren, knolselderij, mais, rabarber, bloemkool, andijvie, komkommer, linzen, witlof, boerenkool, tomaatjes, rucola, rode kool, mais, …?? Tuinbonen (vooral als ze te lang zijn doorgegroeid en zo dik en melig zijn geworden) staan, als niet-lekkere-groente, onderaan, maar verder is het toch behoorlijk lastig.

(ik weet ook wel dat dit courgettes zijn)

Dus ik ging op zoek naar een strategie om die rangorde te bepalen. Hoe doen ze dat eigenlijk bij andere top-zoveel-lijstjes? Een lijst op basis van cijfers is vrij eenvoudig, hoewel ik ook denk dat het voor de quote-500 samenstellers een hele puzzel is om uit te zoeken hoeveel geld iemand precies heeft. De muziek-top40 wordt voor zover ik weet nog steeds samengesteld op basis van verkoopcijfers, en ook dat lijkt me redelijk eenduidig (hoewel daar ook heel wat haken en ogen aan zitten, met downloadgesjoemel en ander gedoe). Maar ik kan mijn groente-top-hoeveeldanook niet bepalen op basis van hoeveel ik ervan eet. Dat is veel te afhankelijk van wat er in het groentepakket zit, wat er rijp is in de tuin en wat er verder nog in huis is en op moet. Toen dacht ik: wat als ik nog maar één soort groente mocht eten? Dat is een onmenselijke vraag. En daarbij: dat leidt tot praktische overwegingen, zoals “aardappel kun je bakken, koken, poffen, als rosti, in een omelet…” die niet gebaseerd is op lekkerheid maar eerder op een rationele afweging van variatiemogelijkheden (is aardappel een groente? Aangezien ze het in de winkel AardappelenGroenteFruit-afdeling noemen twijfel ik hier nu over). Dus de volgende vraag was: van welke groente word ik blij als we het eten? En dan is het antwoord: eigenlijk van alles, afhankelijk van hoe mijn dag was en wat voor weer het is en wat ik daarna nog van plan ben.

Kortom: groente staat in mijn top-1 van lievelingseten. Behalve tuinbonen.

Doe de test

Ik ben dol op tests. Of het nu een rekentoets is, een tv-quiz of een beroepskeuzetest, niets zo leuk als vragen beantwoorden en dan bij Het Verlossende Antwoord uitkomen. Zo stond er in de Fancy wel eens de Welke-Spice-Girl-ben-jij-test en was het een fascinerende puzzel om te vinden op welke vraag ik zonder al te veel gewetenswroeging wel B in plaats van C kon antwoorden, om zo bij de juiste Mel uit te komen.

Nog steeds doe ik in willekeurige tijdschriften graag tests en quizzes, of het nu is om mijn ‘ideale vakantiebestemming’ te bepalen, er achter te komen welke sport bij mij past of op wie van de Desperate Housewives ik het meest lijk. Misschien is het beroepsdeformatie, maar ik vind het dus belangrijk dat dit Verlossende Antwoord ook klopt. Ik heb inmiddels te veel geleerd over testconstructie, het bepalen van toetsvorm en -norm en de gevolgen hiervan om me hier neutraal in op te stellen. Dus als ik na de sportkeuzetest “hoera, jij bent een tafeltennistype” in beeld krijg, is mijn hele vertrouwen in NOC*NSF verdwenen. Van wat voor vakanties ik houd wist ik zonder die test eigenlijk wel, maar er kwam wel uit wat ik had verwacht. Aangezien ik geen van de Desperate Housewives ken, ben ik alweer vergeten met wie ik me het meest zou kunnen identificeren.

Maar nu. Ik keek tv. Er was een reclame. Over kalknagelspul. Of eigenlijk: spul tegen kalknagels. En daar zeiden ze: “heeft u een kalknagel?!? Ga naar naloc.nl en doe de test!”. En hoewel dat volgens mij een test zou moeten zijn die bestaat uit een plaatje van een kalknagel met de vraag “ziet uw nagel er zo uit?” en ik al weet dat ik die niet heb, kon ik het niet laten. Ik toog naar naloc.nl en vond daar dé kalknageltest.
Om teleurstellingen te voorkomen werden mijn verwachtingen direct getemperd: “Deze test bestaat uit 4 korte vragen. De vragen hebben betrekking op de nagels waar je over twijfelt.” Eigenlijk heb ik geen nagels waar ik over twijfel (hoewel, ik twijfel of ik dat ene stukje nog met goed fatsoen ‘nagel’ mag noemen) maar ik was er nu toch.

De test bestaat uit vier vragen, met de veelzijdige antwoordopties: ‘ja’ en ‘nee’
1. Mijn nagel is (deels) verkleurd
2. Mijn nagel is dikker dan andere nagels
3. Mijn nagel is broos en breekt snel
4. (Een deel van) mijn nagel laat los

Eenvoudige wiskunde leert ons dat er zestien antwoordcombinaties mogelijk zijn. Die heb ik getest. 

4x ja:  ‘Het lijkt erop dat je een kalknagel hebt‘. No shit Sherlock.
3x ja: ‘Je hebt 3 van de 4 vragen van deze indicatieve kalknagel-test met ‘ja’ beantwoord. Op basis van je antwoorden lijkt het erop dat je last hebt van een kalknagel‘ Ongeacht waar je geen last van hebt.
2x ja: ‘Op basis van de antwoorden die je hebt gegeven, is het niet met zekerheid te zeggen of je een kalknagel hebt‘. Maar… dit is toch een test voor twijfelgevallen?
3x nee: ‘Je hebt slechts één van de vragen uit de indicatieve kalknagel-test met ‘ja’ beantwoord. Het kan zijn dat je last hebt van een kalknagel maar voor je gaat behandelen willen we je adviseren nog eens goed naar de nagel te kijken, andere oorzaken uit te sluiten en/of advies van je huisarts of pedicure in te winnen‘. Eh… zie 2x ja..? 
4x nee: ‘de antwoorden die je tijdens deze indicatieve kalknagel-test hebt gegeven lijken niet te wijzen op een kalknagel‘. Dacht ik al.

Kortom: als je er overduidelijk wel of niet een hebt, krijg je een duidelijk antwoord. Twijfel je, dan krijg je een antwoord waar je niks aan hebt. Het is maar goed dat ik vier keer ‘nee’ kon zeggen, want in naloc zou ik anders ook geen vertrouwen hebben.

Smaak

Het is waarschijnlijk een kwestie van smaak. Er zullen ongetwijfeld heel wat mensen zijn die ons kringloop-interieur met opgeknapte kastjes en tafeltjes en op gemiddeld elke vierkante meter een plant afzichtelijk vinden. Ook ik zou sommige dingen in ons huis graag anders willen, en als we een huis kopen zullen we dan ook zeker geen ‘sierstuc’ nemen, laminaat leggen dat toch eigenlijk een tintje te licht is of een keuken voorzien van schmutzige plastic handgreepjes. We zijn op huizenjacht. Wat een avontuur.

De bejaarde mevrouw waar we vanmiddag gingen kijken zei zonder tanden: “ik woon hier sinds 1975 en heb er een mooi en gezellig huis van gemaakt, je kan er zo in”. Behang met marmer-print, sierstrookjes van gouden spiegeltjes, perzische tapijtjes in alle maten, gehaakte kleedjes, porseleinen ganzen/konijnen/katjes/kabouters, geborduurde schilderijen en tegeltjes die met plakband tegen de muur bleven zitten.
Ik vermoed dat ze het meende.

Golf

Vanmiddag kwam ik met de trein langs een golfbaan. Daar zag ik een bejaarde (komen er ook wel eens niet-bejaarden op een golfbaan?) volgens mij geheel tegen de regels in met zijn handen een balletje uit een plas vissen. Toen vroeg ik mij het volgende af: waarom slaan ze de eerste bal van zo’n pinnetje? Daana moet je toch gewoon verder waar ‘ie was geland? Dus moet je als golfer niet juist goed zijn in vanaf-de-grond en uit-het-zand en in-het-gras? Ervan uitgaand dat de meesten niet in staat zijn tot een hole-in-one of zelfs two of three, moet je meer ballen niet van een pinnetje slaan dan wel. Dus: waarom die eerste wel?

Ik ging op onderzoek uit. Het boekwerk met golf-regels bevat maar liefst 115 pagina’s, waarvan pagina 29 t/m 43 gewijd zijn aan het uitleggen van definities. Ik vermoed dat de plas die ik zag valt onder ‘Tijdelijk water’: “‘Tijdelijk water’ is iedere tijdelijke concentratie van water op de baan die niet in een waterhindernis is en die zichtbaar is voordat of nadat de speler zijn stand inneemt (…) Een bal ligt in tijdelijk water wanneer hij erin ligt of met enig deel het tijdelijk water raakt.” Dit ‘tijdelijk water’ valt in de categorie ‘abnormale terreinomstandigheden’. Ook stukken grond in bewerking en gaten of hopen of sporen gemaakt door holgravende dieren, reptielen en vogels zijn abnormale terreinomstandigheden, waarbij je nu niet moet denken dat alle dieren die graven ook holgravend zijn, want verderop staat de definitie “een ‘holgravend dier’ is een dier (anders dan een worm, een insect en dergelijke) dat een hol graaft om in te wonen of te schuilen, zoals een konijn, mol, bosmarmot, grondeekhoorn of salamander” maar nu komt het: “Noot: Een gat gemaakt door een ander soort dier, bijvoorbeeld een hond, is geen abnormale terreinomstandighed, tenzij het tot grond in bewerking is verklaard of als zodanig is gemarkeerd“.

Dus: voor dieren waarvan het wel normaal is om te graven, wordt hun graafwerk beschouwd als abnormale omstandigheid, terwijl incidenteel graafwerk eerst tot ‘grond in bewerking’ moet worden verklaard om dan wel weer onder de abnormale omstandigheden te vallen. Daar heeft vast iemand over nagedacht.

De verdere spelregels bevatten ook wel fascinerende elementen. Zo is er een regel die voorschrijft dat je volgens de regels moet spelen: “Spelers mogen niet afspreken een Regel buiten werking te stellen of een straf niet te tellen”.

En dan heb je ook nog ‘Plaatselijke Regels‘ die bijvoorbeeld kunnen voorschrijven dat mierenhopen ook onder ‘grond in bewerking’ vallen, net als herten- of schapenpoep (dat overigens ook in de categorie ‘los natuurlijk voorwerp’ kan vallen, afhankelijk van de plaatselijke regels dus).

Hoe het zit met die afslag heb ik niet kunnen ontdekken, maar nu moet ik wel echt weer aan het werk.

Goede voornemens

Omdat het opschrijven een goede stok achter de spreekwoordelijke deur is. En ook omdat ik anders over 365 dagen echt niet meer weet wat ik eigenlijk van plan was dit jaar, en daarom nooit kan zeggen of ik mijn voornemens wel heb waargemaakt. Dus dit jaar: een lijstje. Om ze op te slaan, terug te kunnen lezen en mezelf te dwingen er alles aan te doen ze te halen.

Wat mij betreft heb ik aan het eind van 2014:

  • een grotemensenhuis gekocht
  • geaccepteerd dat ik 30 word (en aan het eind van het jaar: ben) (dit houdt in: dat ik als iemand mijn leeftijd vraag op neutrale toon antwoord geef en niet verontschuldigend)
  • minimaal 520 kilometer gerend (gemiddeld 10 per week red ik in winter- en zomerstop met gemak maar tijdens het voetbalseizoen lang niet altijd)
  • zelf loempia’s gemaakt
  • een echte halve marathon gelopen
  • drie artikelen geschreven
  • op tijd boerenkool geplant
  • minstens vier soorten brood gebakken
  • een kippenhok getimmerd

Vandaag doe ik hier in het geheel niks aan, dus het moet allemaal in de volgende 364 dagen gebeuren.
Ik heb er zin in.

Schatzoeken

Een bezoekje aan de kringloop stemt mij altijd vrolijk. En tegelijk vind ik het ook bijzonder verontrustend. Zo denkt men dat er iemand op aarde bereid is 1,95 te betalen voor deze kokosnoot-aap met brilletje.

Het intrigerende aan een kringloopwinkel is toch vooral dat het spullen zijn die niet meer nieuw zijn. Maar dat wel ooit geweest. Alles dat je daar kunt kopen is ooit ergens gemaakt. Met het idee ‘hier zit de mensheid op te wachten’. Of in elk geval ‘dit kunnen we verkopen’.  De kans is ook groot dat er meer dan één van is gemaakt. En mogelijk ook: verkocht.

Wie zou de doelgroep zijn geweest van de kokosnoot-aap? Was het bedoeld als souvenir voor toeristen die in de jaren ’80 zoiets mee terug moesten nemen om te bewijzen dat ze in een ver land waren geweest? Zijn er mensen die dit met plezier hebben aangeschaft ‘en elke keer als we dit leuke aapje zien dan denken we weer aan onze fantastische huwelijksreis’?

Voor het verhaal zou ik die twee euro met alle liefde betalen (zolang ik dat ding er maar niet bij krijg).


Van een heel andere orde is de afdeling met foto- en schilderijlijsten. Met een beetje geluk zit er nog iets moois in, zoals deze superjaren’90-gezins-schoolfoto. Inclusief lijstje slechts 75 cent. Je zou jezelf toch tegenkomen tussen de huilende zigeunerjongetjes en babies die verkleed zijn als een zonnebloem…

(als je jezelf herkent: deze lag vanmorgen bij de kringloop in het Havenkwartier, en hoe schattig jullie er ook uitzien, ik vermoed dat hij er nog wel een tijdje blijft liggen)

Gelukkig vind ik tussen de fascinerende troepjes ook vaak echte schatten Zoals vandaag deze vaas, die mooi is van lelijkheid. En op de tweede foto lijkt het ook nog of Ockels heel klein is en er bovenop zit. Ik ben een ware gezichtsbedrogkunstenaar.

Overwegingen en prioriteiten

Zondag stond ik vroeg op. Het was tijd om de eenzaamheid van de buurvrouw te bestrijden, die anders al die marathontrainingskilometers gans alleen moet afleggen. De hartslagmeter maande ons tot kalmte: zone twee en niet harder. Het voordeel was: in dit tempo was lopen gemakkelijk vol te houden, en goed te combineren met praten. Het nadeel was: dat ik het als een serieuze optie zag toen ze me aanspoorde toch ook eens zo’n enorme afstand te overwegen.

Wat ik daarvoor zou moeten doen:
– stoppen met voetbal
– gedisciplineerd trainen
– het echt willen

Voetbal voelt als buitenspelen. Gedisciplineerd trainen als sport. Het lastige is dat ik niet zo sportief ben. Ik beweeg een beetje voor de lol. Wil ik echt een keer zo’n belachelijke afstand afleggen? Ik, degene die vroeger al naar de brievenbus fietste omdat dat efficiënter is dan lopen? En heb ik het ervoor over om dan mijn team een (half) seizoen te verlaten? Het komt aan op “het echt willen”. Wil ik het echt? Is het gegeven dat ik hierover twijfel niet al een duidelijk signaal dat ik dat dus niet wil? Of is twijfel een teken dat ik het echt overweeg?

Ik denk er nog even over na. Voor nu overweeg ik eerst een halve.

Het begin

Dit wordt een poging. Tot een blog over dingen die ik leuk vind. Of niet leuk, die optie houd ik graag nog even open. Ik ben een huismus die graag buiten komt. Zaken die aan de orde kunnen komen zijn:

– wat ik in de keuken fabriceer
– belevenissen in de buitenlucht
– boeken die ik lees
– mijn kat (hij heet Ockels)
– enerverende gebeurtenissen in het algemeen
– wat er uit mijn moestuin komt
– willekeurige zaken waar ik me over verwonder

Het zou mooi zijn als het lukt.