Van mooie dingen

Over dat ik net C3PO ben

Een groot deel van mijn cinematografische nerdopvoeding vond plaats na mijn 25e. Hoewel de scifi-basis is gelegd door mijn vader, die ervoor heeft gezorgd dat ik door al die seizoenen Star Trek een aardig woordje Klingon spreek, heeft de man mij pas enkele jaren geleden laten kennismaken met Star Wars. Die oude films vond ik best vermakelijk, maar één personage haalde het bloed onder mijn nagels vandaan. Darth Vader is geen lieverdje, maar wie ik écht niet kan uitstaan is: C3PO.

Hoewel de anderen er ook een handje van hebben, is hij degene die het vaakst de piepjes van R2D2 vertaalt door dingen te zeggen als “oh ja, goed dat je zegt dat we die kant op moeten” en “wat zeg je? dat Master Luke in die grot zit?”. Je zou kunnen denken dat ik me aan R2D2 zou moeten ergeren, maar die kan er ook niks aan doen dat hij alleen kan piepen. Het vertalen is mijn probleem. Vaak volstrekt overbodig, want je kunt ook zeggen “okee bedankt” en dan de kant oplopen die R2D2 piepte. Een sterke onderschatting van ons als kijker, maar blijkbaar was George Lucas ervan overtuigd dat het publiek bij zijn films dan zou denken “hoezo, ‘bedankt’??? En waarom loopt C3PO nu die kant op?? Wat zou R2D2 in vredesnaam bedoeld hebben met die piepjes? Ik snap er niks van!!!!” en dan boos de bioscoop uit zou lopen.

C3PO en R2D2 (bron)

Maar waarom ik dit schrijf. Ik heb dus een hekel aan dat infantiele ge-vertaal. Maar ik doe het zelf nu de ganse dag. Mijn kind is een soort R2D2 en haalt de C3PO in mij naar boven. Er wordt wat onverstaanbaars gebrabbeld, en ik zeg “inderdaad, dat is een kip” of “ik snap wel dat je geen zin hebt maar het moet toch” of “ja! een appel!”. Gelukkig lijkt zij, in tegenstelling tot R2D2, wel een ontwikkeling door te maken. En ik doe het voor háár, niet voor de kijker.

Ezelsbruggetjes

Je hoeft tegenwoordig niet meer op kantoor te zijn om fijn contact te hebben met je collega’s. Wij gebruiken Lync, wat eigenlijk inhoudt dat je de ganse dag met elkaar kunt msn’en. Inclusief smilies, waarbij onze favorieten zijn:

  • die die heel hard met zijn hoofd tegen de muur bonkt – als er weer eens iets gebeurt waar we niet blij van worden
  • die met een bivakmuts, die wegduikt – als we iets moeten doen maar dat niet willen
  • die met een aureooltje – als we iets misschien wel een beetje bewust toch nog niet hebben gedaan

Deze vrijdagmiddag hielpen collega’s A en E ons eerst met het aanpassen van een tekst, vervolgens vroeg E om een verklaring van een rare uitkomst, en toen kwam A met het verzoek:

nou, als je me kunt vertellen waarom sin(3/8pi) gelijk is aan cos(1/8pi) dan hoor ik dat heeuulll graag

Dat kon niemand. Ik kwam niet verder dan: “kijk in je BINAS!” En ook dat alleen omdat ik onlangs wat studenten heb begeleid die leraar natuurkunde willen worden, en die zeggen dat elk kwartier. Lees meer

In de prijzen

Winnen is altijd leuk. Ik denk vaak dat ik niet zo heel competetief ben ingesteld, maar eigenlijk is dat lariekoek. Maar ik denk toch ook dat ik minder graag wil winnen dan sommige mensen. Topsporters bijvoorbeeld. Ik heb geen topsportmentaliteit. Topsporters willen écht winnen. Omdat het gaaf is om de állerbeste te zijn, denk ik. Want voor de prijzen hoef je het vaak niet te doen. Gisteren keek ik, samen met de buurvrouw, naar de Giro op Studio Sport. Eigenlijk keken we voetbal op Fox, maar iemand was met haar billen op de afstandsbediening gaan zitten, en als je je tv per ongeluk uit hebt gezet moet je opnieuw een dagpas kopen en dat vonden we onzin. Lees meer

Ze is er

Vooraf dacht ik dat ik tijdens mijn baarvakantie talloze leuke blogs zou schrijven. Alle halve concepten zou ik verder uitwerken, ik wilde elke dag iets lekkers koken of bakken en alle recepten vereeuwigen, en daarnaast moest er ook nog een babykamer worden afgemaakt. Vier weken voor de uitgerekende datum ging ik met verlof, maar in die eerste week werkte ik thuis nog een beetje door. Geen probleem, want eerste kindjes komen toch meestal ruim na ‘de datum’ (uit betrouwbare bron hoorde ik dat de mediaan op 5 dagen na de uitgerekende datum ligt). Ik rekende er dus wel een beetje op dat ik alle tijd zou hebben.

1 maart baby

Lees meer

Vakantie

Voor het eerst sinds we in ons huis wonen, was ik langer dan een weekend weg.
Voor het eerst sinds Ockels bij ons woont, lieten we hem zo lang alleen.
Voor het eerst in tijden had ik twee weken vakantie.

va·kan·tie (de; v; meervoud: vakanties)
1) periode waarin geen lessen worden gegeven
2) jaarlijks toegekende vrije tijd voor werkenden
3) reis naar en verblijf elders voor zijn plezier: op vakantie gaan

We begonnen met reis naar en verblijf elders voor het bezoeken van een conferentie, en bleven daar voor ons plezier. Vakantie. Lees meer

Uit goedheid van mijn hart

Zondagochtend, half negen. Ik stuur de buurvrouw een bericht: na de gewonnen wedstrijd van zaterdag voelde ik mijn heup weer, dus ik zou een keer verstandig doen en niet gaan rennen. Een zielige reactie over snot en moeheid volgde, en ik zei “zal ik anders toch mee?”. Dat hoefde niet, want ik had ‘pijn’. Maar zó erg was het ook weer niet. En het was zulk heerlijk weer. En ik kon ook gewoon voor de tien, en dan een uur lang mensen over de finish schreeuwen.

Lees meer

The PhD-matchmaker

Deze week verblijf ik met vier collega’s in een huisje in Friesland. Onze mannen zijn thuis. Op een enkele uitzondering na kennen wij elkanders geliefde niet. Zoals dat gaat, wanneer je vijf dames in een huisje zet, komen de heren regelmatig ter sprake. En toen ging het over hoe ze er eigenlijk uitzien. En toen waren we soms verrast, maar vaker ook niet. Omdat wij allemaal PhD-studenten zijn, en dus dól op onderzoek doen (maar niet op schrijven*, dus daarvoor moeten we in een huisje met een kookwekker die bepaalt hoe lang we in stilte doorwerken en hoe kort we dan even mogen kletsen), bedachten we dit: stel dat we willekeurige mensen foto’s van onszelf en onze mannen laten zien, zouden ze dan de juiste combinaties maken?

Dus hier de uitdaging: match ons.

phd matches

Lees meer

Je kan niet ‘even’ naar bed

“Hoe zou jij het zeggen als je bedoelt dat je gaat slapen en je moet daarin het woord ‘bed’ gebruiken?”, vroeg collega A.

Dat is een rare vraag, nietwaar? Maar ik ken haar al langer dan vandaag, en zei: “Ik zeg dan ‘ik ga naar bed’, niet ‘op bed’, als je dat soms bedoelt”. Dat bedoelde ze inderdaad. Want collega A. is, net als T. en M., een Fries. Wat ertoe leidt dat ik regelmatig geconfronteerd word met Frisismes, wat wij overigens allemaal als Frysismes of Friesismes zouden spellen.

“Maar ‘op bed’ gebruik ik ook: als ik een hele nacht ga slapen, ga ik naar bed, voor een middagdutje ga ik even op bed liggen.” Lees meer

Opvallen en omkoperij

Afgelopen zondag was het eindelijk zover. Met de hele Boer Zoek Vrouw Kijkclub kropen we op de bank en zetten we snel de ondertiteling aan via Teletekst 888. Dat is nodig – niet omdat we de boeren niet kunnen begrijpen (als het echt niet te volgen is, zorgt de KRO toch wel voor ondertiteling) maar omdat er de hele tijd wel iemand doorheen praat. Dat is niet storend, nee, dat is precies wat het zo leuk maakt.

Hoewel ik kilometers blog zou kunnen vullen over die boer met ‘de brillenzoontjes’ (zoals mijn oma ze in onze whatsapp-conversatie noemde – oma, ik hou van je) die zo teleurgesteld was dat hij ‘het niet gehaald had’, terwijl hij waarschijnlijk bedoelde: “Maar Yvon! Ik heb iemand nodig die mij dwingt te speeddaten en die een stel vrouwen mijn boerderij injaagt want alleen durf ik niks” – dat zou sympathieker overkomen dan het als een populariteitswedstrijd te beschouwen. Of over Geert, die Yvon vanaf het moment dat ze zijn erf betrad in de houdgreep nam, en niet meer losliet. Tot hij kon watertanden bij het vooruitzicht van zijn selectie vrouwen “in de kleertjes”. Alsof hij niet doorhad dat hij een date voor zichzelf moest zoeken, in plaats van een stel modellen voor de voorjaarscollectie van de Hekkers Mode. Lees meer

Serieus hardlopen

Hoewel mijn goede voornemen vorig jaar was om minimaal 520 kilometer te rennen, en ik dat door er in december als een malloot nog even 91 te lopen ook daadwerkelijk heb gehaald, beschouw ik mezelf nog altijd niet als een hardloper. Ik ren af en toe een rondje, voor de lol. Per ongeluk trainde ik tot een halve marathon, omdat de buurvrouw nu eenmaal een loopmaatje nodig had in haar marathonvoorbereiding.

Op de laatste zondag van het jaar liepen we van Brink tot Brink, van Deventer naar Bathmen. Ik liep met de ene buurvrouw, passeerde de moeder van de ander en finishte in een prima 54.45. En toen gingen we niet zoals een weldenkend mens zou doen met de bus terug, maar op diezelfde benen die dat stuk net al hadden gelopen. De buurvrouw en haar moeder trainen voor een halve marathon in Kaapstad (doneer en lees hier!) maar ik train voor niks. Lees meer