Van mooie dingen

DIY: kerstboombeestjes

Alweer een paar jaar geleden vond mijn geliefde mij het allerschattigst van ooit, aldus hijzelf. Toen we op een ijskoude januari-avond na een bezoekje aan vrienden in de stad terug naar huis liepen, vond ik een behoorlijk armetierig kerstboompje dat door zijn vorige eigenaren bruut op straat was gezet – waarschijnlijk omdat dat nu eenmaal gebruikelijk is in die tijd van het jaar. Pas toen we bijna thuis waren zag hij dat ik het stiekem had geadopteerd en al de hele tijd voorzichtig buiten zijn zicht had meegedragen. Helaas werd mijn zielige boompje naar het dakterras geveto-t (?), maar ook werd mij beloofd: als we een echt huis hebben, mag jij een kerstboom.

Nu is het dan zover! Een eigen huis, de Sint het land uit, kom maar door met die boom. Maar rode ballen en engelenhaar, dat is niet echt heel erg onze smaak. Dus heb ik de allerbeste kerstversiering van mijn leven geknutseld, en dat deel ik hier met jullie opdat eenieder geïnspireerd zal raken en vol kerstvreugde aan de slag kan gaan: kerstboombeestjes. Vooral dino’s.

collage_20141213221020193_20141213221344293
Als dit niet superawesome is, weet ik het ook niet meer.

Lees meer

Over

Met een glimmend groene sjerp om op een stoel staan en toegezongen worden is niet mijn allerlievelingste bezigheid op aarde, maar toch was het naast ongemakkelijk ook best leuk. In plaats van jarige voelde ik me de rest van de dag vooral verhuizer. Dat is nog beter.

De dozen waren al in het nieuwe huis voordat ook maar de helft van de verhuishulp was gearriveerd. Mensen liepen met kratten vol plantjes, die direct her en der werden neergezet. De stoelen vonden hun plek in een grote kring voor koffiedrinkers en taarteters. Ik was Pythagoras even vergeten toen ik beweerde dat het bed heus wel door het trapgat zou passen, maar met slechts minimale verfschade lukte het later alsnog. De kast die ik van ene Els heb overgenomen werd met hulp van zwager B (“je had ook gewoon een nieuwe kunnen kopen”) in elkaar gezet en is zelfs al voorzien van een rijtje jurkjes.

Ockels verhuizen is voor ons beiden een traumatische ervaring geweest. Na anderhalve dag woest en angstig in het reismandje hebben we het goedgemaakt: zondagnacht kwam hij ronkend naast mijn kussen liggen slapen. Misschien durft hij vandaag of morgen wel de trap af.

Iets meer dan een jaar na de eerste bezichtiging is het zover: we wonen er.

Hoewel het ongetwijfeld leuk is als je foto’s maakt van de verhuizing, ben ik dat in het geheel vergeten. Eén heb ik er – en die is bewogen. Dus hier een van vanmorgen, met mijn ontbijtje op tafel en het weerbericht op het journaal. Van het weekend leek het nog of er een verhuiswagen was ontploft. Later meer!

2014-10-28 06.48.00

De Team Confetti Agenda

Ik kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Toen ik de bestellingbevestigingsmail nog eens opzocht om te checken wanneer hij toch eindelijk bezorgd zou kunnen worden, zag ik dat ik mijn postcode verkeerd had ingevuld. Hoe het kan is me een raadsel, want hoewel alleen de letters zijn veranderd, deed ik een cijfer fout. Stom stom stom. En toen ik mailde kreeg ik de reactie dat ‘ie -helaas- al op de post was. Maar vandaag was hij er dan toch – met een herstelsticker van de post erop, en confetti in de envelop: de Team Confetti Agenda voor 2015.

2014-10-02 16.01.42

Zoals het hoort bladerde ik eerst naar de week van mijn verjaardag, die volgend jaar op een zondag valt. Er staat een superheldenkatje bij die week. Ik weet nu al: dat wordt leuk.

2014-10-02 16.02.32

Voor de mensen die weten dat ik sinds eeuwig trouw zweer aan de hema-agenda zal deze overstap een verrassing zijn. Maar in de hema-agenda staan geen foto’s van katten en ook geen fancy printjes (elke week een ander!) op de achtergrond. En ook niet een vakje waar je kunt opschrijven wat er mooi is of was die week, al is de kans groot dat ik het regelmatig ga vullen met to-do-lists. Als ik dan alles kan afstrepen is dat ook mooi. Al kan ik daar ook het vakje ‘notities’ voor gebruiken, superhandig.

2014-10-02 16.16.21

Zeg nou zelf: wil je liever weten wanneer alle leden van het koninklijk huis jarig zijn, of wanneer de finale van het songfestival is?
Ik bedoel maar. Je kan ‘m nog bestellen.

2014-10-02 17.27.29

Gerard

Als je, zoals ik, elke dag op dezelfde tijd met dezelfde trein gaat, kom je elke dag op dezelfde tijd dezelfde collega-forenzen tegen. Die vrouw met dat blonde piekhaar, die in de winter een enorme pluisjas draagt. Dat meisje dat ongetwijfeld voor zes uur op moet om haar kapsel en make-up elke dag zo netjes te krijgen. Die man met die vouwfiets, die nog steeds niet precies weet hoe hij dat ding handig kan inklappen. Het viel me op dat die kerel met dat gladde haar naar de kapper was geweest, stukken beter. Ik heb door dat dat meisje nieuwe schoenen heeft, en verbaas me nog dagelijks over de man die alle seizoenen een bontmuts draagt. Maar alles wat ik van ze weet, is afgeleid uit observaties. Alleen van Gerard weet ik hoe hij heet.

Gerard zwaait op Almelo naar de machinist van de stoptrein. Hij stapt altijd in bij de tweede deur. In Borne moet hij er alweer uit, maar in de tussengelegen acht minuten knoopt hij, met zijn monotone bromstem, gesprekjes aan met medereizigers. Voor hij iets verstaanbaars zegt, mompelt hij in zichzelf. Het lijkt alsof hij eerst even heel zacht oefent wat hij wil gaan zeggen.

Kun je me zeggen hoe laat het precies is?
Acht over acht.
Oké bedankt.

Hij staat op, we moeten om negen over aankomen.
Het gesprek is nog niet klaar.

Jouw naam is?
Natalie.
Mijn naam is Gerard. Aangenaam kennis te maken.
Eh ja. Prettige dag.
Fijne dag.

En ik denk ook: fijne dag, Gerard.

Escobar

“Escobar is een zeer getalenteerde pinguïn. Hij kan jongleren en ook bordjes op een stokje laten ronddraaien. Tegelijk! Als je hem in actie wilt zien zul je geduld moeten hebben of moeten reizen. Hij is voor zeker de rest van het jaar op tournee, en zal de komende maanden onder andere te zien zijn in India en Libanon. De mensen zijn dol op hem. Hij draagt een hoedje alsof hij van de fanfare is, en ook een mooi jasje.”
“Met van die epauletten met gouden franjes op zijn schouders??”
“Nee joh, gek. Pinguïns hebben de vorm van een bowlingkegel. Die hebben helemaal geen schouders.”

Zo val ik dan toch zonder te piekeren in slaap.

Spanning

Hoewel ik de afgelopen maand naar Praag, New York en Philadelphia ben geweest, was de reis naar Rotterdam gisteren de spannendste in tijden. Met kriebels in mijn buik en drie spandoeken in mijn tas wachtte ik op de waterbus, die aan ons voorbijvoer en een kade vol gefrusteerde marathonkijkers achterliet. Een half uur later mochten we er wel op, maar bij aankomst wachtte ons een inmiddels verlaten Erasmusbrug. Alleen een oud mannetje, misschien moest hij nog even plassen voor de start, kwam er nog aangekacheld.
We liepen even doelloos wat heen en weer en positioneerden ons vervolgens bij het viaduct dat het 27-kilometerpunt markeerde. Ik begon met het ‘HUP SAM’-spandoek, maar verruilde het snel voor ‘JIJ KAN DIT’. Dat is immers voor iedereen leuk. Zeker als je al 27 kilometer hebt gehad. We zagen razendsnelle Kenianen, als ze het al zouden begrijpen gingen ze te hard om het te kunnen lezen, en na een paar gaten tussen kopgroepen kwam daar De Hele Horde. Een enorme stroom rennende mensen. Met hier een daar iemand die een wandelpauze nam. Iemand die uit de rij sprong om in de bosjes te plassen. Iemand die een banaan at en de schil omhoog gooide. Mensen die zwaaiden naar bekenden en/of camera’s. Mensen die naar mijn spandoek riepen JA IK KAN DIT. Mensen die ik kende, van foto’s op Instagram en blogs. Mensen die uren, weken, maanden, kilometers hadden getraind. En die allemaal al ruim over de helft waren. Op tweederde bijna. Op zevenentwintig kilometer precies. Er liepen pacers met ballonnen die een eindtijd aangaven. 3.30. 3.45. 4.00. 4.15. En daar was Sam. En de brok in mijn keel. SAMMETJE! schreeuwde ik. HUP SAM, schreeuwde mijn spandoek. JIJ KAN DIT schreeuwde het andere. En ik was heel, heel trots. Nog steeds.

Suko Oleg

Suko Oleg is een Japanse pandabeer die zich tot Pool heeft laten naturaliseren omdat de trainingsfaciliteiten voor kunstschaatsende panda’s in Gdansk nu eenmaal veel beter zijn. Erg gebruikelijk is dat kunstschaatsen niet voor een panda, want ‘sierlijk’ en ‘elegant’ zijn nu niet direct de kernbegrippen bij deze dieren. Sowieso komt kunstrijden onder dieren weinig voor. Maar Suko Oleg had een droom, en die heeft hij nagejaagd. Hoewel je het je niet kunt voorstellen bij zo’n lekker dikke, fluffige panda is Suko Oleg helemaal afgetraind en heeft hij ook zelf geleerd om zijn veters te strikken. Als je dat niet eens kunt, is een carrière in de kunstschaatswereld een onbegonnen zaak.
En toen iets met dat hij in Vancouver eigenlijk tweede was geworden maar dat de Russen daar tegen protesteerden en er nu een speciale categorie ‘dieren’ is, maar daar zo weinig deelnemers zijn dat het weer is afgelast. Arme Suko.

(Als ik heel lief zeur vertelt mijn geliefde soms een verhaaltje voor het slapen gaan. Geen wonder dat ik van hem hou.)

Zondag

Op zondagochtend is de mensheid te verdelen in twee categorieën. Zij die in bed blijven, en zij die opstaan. Zowel mijn geliefde als die van de buurvrouw behoort tot de eerste categorie, wij tot nummer twee.

Met een beetje pijn in ons hart maar nog veel meer zin om te gaan verlaten we onze geliefdes en rennen met het grootste gemak over de brug, door het park en langs de IJssel. We komen mensen tegen die ook liever naar buiten gingen dan dat ze in bed bleven. De groep mannen die in formatie en met metaaldetectoren de akkers afstruinde, omdat je misschien op zondagochtend wel de grootste kans hebt op het vinden van een schat. De wielrenners, soms in strakke pakjes, een ander in een oud joggingpak, die vriendelijk groeten of razendsnel voorbijschieten. De mannetjes (en één vrouw) van klootschietvereniging, waarvan we eerst alleen silhouetten konden onderscheiden en ons afvroegen wat zich daar op de dijk toch afspeelde. De hardlopers, die soms het hart van de buurvrouw sneller deden kloppen (een hartslagmeter verraadt alles) en waar we vakkundig de techniek van beoordeelden. Voor we het wisten waren we terug in de stad, die onzichtbaar in een magisch grote mistwolk was gehuld.

En toen gingen we allebei in ons eigen huis met onze eigen man die inmiddels uit bed was lekker schaatsen kijken. Wat een dag.

 

Pinguïns

 Ik ben de beroerdste niet. Terwijl mijn bestanden uit de printer rolden, haalde ik de vaatwasser leeg. Daar trof ik deze mok, over een van de meest aandoenlijke wezens op aarde:

The Penguin
Penguins are perfectly equipped for living in the sea. They are excellent swimmers and can dive deeper than any other bird. Although they cannot fly because their wings are too small, these stubby wings make them swim better. They spend most of their time in the sea, looking for fish, krill and other food. Penguins come ashore for moulting and breeding. On land, they waddle about in an upright position or slide on their stomach.

Dat alleen al. Aggossie, met hun gewaddle en gebuikschuif en hun stubby wings. Maar het allervertederendst is toch wel dat ei, dat nadat moeder het heeft gelegd door vader wordt uitgebroed. Heel, heel voorzichtig wordt dat overgeheveld. Van mama’s voeten op die van papa, die zijn speklaagbuikje er overheen legt. Als het allemaal lukt. Ik krijg dan tranen van geluk.

Een goede morgen

Waar ik vandaag van heb genoten:
– wakker worden voor de wekker en bewust nog even onder het extra dikke dekbed blijven liggen
– kopjes van Ockels, inclusief ronkgeluidjes
– ontbijten met mijn lief die voor de verandering eens wakker was
– havermout met cranberries
– hardloopspullen inpakken voor een bosrondje waar ik nu al naar uitkijk
– goedzittend haar met plezier verprutsen met een muts (met glitters. Supercool)
– een vrolijke conducteur
– koffie

En de dag is nog maar net begonnen!