Van rennen

Zondag

Op zondagochtend is de mensheid te verdelen in twee categorieën. Zij die in bed blijven, en zij die opstaan. Zowel mijn geliefde als die van de buurvrouw behoort tot de eerste categorie, wij tot nummer twee.

Met een beetje pijn in ons hart maar nog veel meer zin om te gaan verlaten we onze geliefdes en rennen met het grootste gemak over de brug, door het park en langs de IJssel. We komen mensen tegen die ook liever naar buiten gingen dan dat ze in bed bleven. De groep mannen die in formatie en met metaaldetectoren de akkers afstruinde, omdat je misschien op zondagochtend wel de grootste kans hebt op het vinden van een schat. De wielrenners, soms in strakke pakjes, een ander in een oud joggingpak, die vriendelijk groeten of razendsnel voorbijschieten. De mannetjes (en één vrouw) van klootschietvereniging, waarvan we eerst alleen silhouetten konden onderscheiden en ons afvroegen wat zich daar op de dijk toch afspeelde. De hardlopers, die soms het hart van de buurvrouw sneller deden kloppen (een hartslagmeter verraadt alles) en waar we vakkundig de techniek van beoordeelden. Voor we het wisten waren we terug in de stad, die onzichtbaar in een magisch grote mistwolk was gehuld.

En toen gingen we allebei in ons eigen huis met onze eigen man die inmiddels uit bed was lekker schaatsen kijken. Wat een dag.