Over de eekhoorn die ik niet zag

De herfst is een van mijn favoriete seizoenen. Ik mag weer lekker warme kleren aan: dikke truien, gebreide sjaals, gevoerde laarzen en lievelingswantjes. Ook fijn: spruitjes en pompoen. Pastinaak, postelein, schorseneren en stoofpeertjes. Wandelen of rennen tussen bomen met bladeren in alle kleuren, of zonder bladeren na een fikse storm. Kastanjes, eikels, paddenstoelen. En met een beetje geluk: dat ik dan een eekhoorn zie. Met zo’n dikke staart, slimme kraaloogjes, handige pootjes en lieve pluimpjesoren.

Hoewel het al ruim twee maanden herfst is, ik in een wat ze noemen ‘bosrijke omgeving’ werk en we afgelopen weekend op de Veluwe waren, heb ik er nog geen gezien dit jaar (behalve op mijn twee paar eekhoorn-sokken, maar dat is een ander verhaal). Eigen schuld, aangezien negen van de tien Veluwegangers wél op tijd keken toen mijn geliefde “kijk, een eekhoorn!” riep. Nu heb ik ook nog van mijn vrienden bij de zoogdierenvereniging geleerd dat ze niet alleen erg leuk zijn om naar te kijken, maar dat ze ook nog eens lollige geluidjes maken: “Bij opwinding klinkt een scherp tjuk-stuk-tjuk, bij alarm chroe-roe-roe en ter begroeting van een bekende soortgenoot moek-moek-moek“.

Een soortgenoot ben ik niet, maar áls ik er een zie, zal ik moek-moek-moek-geluidjes maken en dikke vrienden met hem worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *