Opfrissen

Heel veel mensen krijgen op hun achttiende verjaardag rijles. Ik heb mijn superlieve opa, die rijleraar was, bijzonder teleurgesteld door dat heel erg niet te willen. Autorijden leek me maar eng. Vier jaar geleden moest ik van mezelf: ik had tijd en geld, en misschien zou ik na mijn afstuderen een baan vinden waarvoor een auto handig zou zijn. Met weinig plezier heb ik heel wat rijlessen gehad, voor mijn gevoel wel honderd. Dat die examinator zei “geslaagd” begreep ik niet. Mijn rijbewijs heb ik daarom ook maar bijna niet meer gebruikt. Ja, zo nu en dan als legitimatiebewijs….

Dat is dus dom. Want nu durf ik niet meer. Misschien durfde ik eigenlijk wel nooit. Maar het zou toch wel handig zijn straks, zo nu en dan naar de bouwmarkt voor die schroeven, pluggen en extra zakken stucwerk. Achterop de fiets kan ook, maar ten eerste duurt dat een stuk langer, en ten tweede duurt dat nog veel langer omdat ik dan zes keer heen en weer zou moeten. Ik kan heel veel auto’s lenen, ze worden me van alle kanten aangeboden. Maar ze komen zonder chauffeur.

Tijd voor een opfrisles. Of honderd.

Aftellen

Met Sinterklaas krijgen wij traditiegetrouw een Adventkalender van oma. Vroeger moesten mijn zusje en ik die delen: ik mocht op de even dagen het hokje openmaken, zij op de oneven. Tegenwoordig krijgen we allebei een eigen, wat wel praktisch is aangezien we zo’n 125 kilometer bij elkaar vandaan wonen. En daarbij mogen we ze nu delen met onze geliefdes.
Mijn zusje houdt van aftellen. Hoewel ze op 23 juni jarig is, begon ze het liefst in januari al met het afstrepen van het aantal nachtjes tot De Grote Dag. Ook een traditie: dat ik een verjaardags-aftel-kalender voor haar maak (die op 1 juni begint, je moet niet overdrijven).

Aftellen tot mijn verjaardag heb ik, voor zover ik me kan herinneren, nooit erg serieus gedaan. Tot andere dingen ook niet. Tot nu. Eerst was het in weken. Vanaf vandaag mag het in nachtjes, vind ik. Nog twintig!

Rimpels

Dus ik stond daar in de Etos rustig wat potjes crème te vergelijken. De clearasil-fase heb ik ruimschoots achter me gelaten, maar ik bekeek wel opties voor probleemzones en vette tienerhuidjes. Daar was de mevrouw die er verstand van heeft het niet mee eens.
“Mevrouw” zei ze tegen mij, waarschijnlijk om een signaal af te geven “mag ik vragen hoe oud je bent” – die ‘je’ was dan weer om dat te compenseren denk ik. Mijn antwoord “negenentwintig” leidde tot een reprimande: “Het is héél raadzaam om vanaf je zesentwintigste anti-rimpel-crème te gebruiken. De aftakeling van je huid wordt dan ingezet”. Haar strenge blik werkte: ik zwichtte voor een potje ‘anti-age’.

Ik smeer het inmiddels al een week. Geen rimpel te bekennen.
Wel twee pukkels.

Tijger

‘Tijgertje is terug als de meest populaire kattennaam’.
Dit persbericht wordt door mijn vrienden van Onze Taal gedeeld, en ik duik er wat dieper in. Dit megawetenschappelijk verantwoorde onderzoek wordt gedaan door de volstrekt onafhankelijke instelling ‘Proteq Dier & Zorg’ die het helaas niet nodig vindt te vermelden hoe ze bij de Populaire Namen Top Vijf zijn gekomen. Zijn dit de populaire namen onder mensen die hun huisdier bij Proteq Dier & Zorg hebben verzekerd, krijgen ze data van alle dierenartsen, of sturen ze een random sample van huisdierbezitters een verzoek mee te werken aan het onderzoek? Maar… is het niet wonderbaarlijk dat een naam zó snel kan stijgen of dalen in de Populaire Namen Top Vijf: Tijger(tje) stond bij de katten vorig jaar op 3, en nu op 1. Dat leidt tot vragen over de selectie van namen: gaat het hier om namen van nieuwe katten, of worden alle katten in het bestand meegerekend? En wat nu als een kat wordt geadopteerd, en in zijn nieuwe huis een nieuwe naam krijgt? Als het enkel om nieuwe katten zou gaan, zouden er toch inmiddels wel héél veel Tijgertjes moeten rondlopen. Ik ken er niet een (hoewel ik ook veel katten ken zonder dat ik weet hoe ze heten, maar dan nog) maar dat zegt natuurlijk niks – of in elk geval niet alles.

(bij nadere inspectie zie ik dit staan: “De uitkomsten van onze namenonderzoeken zijn gebaseerd op een analyse uit het bestand van circa 100.000 lopende polishouders. De nieuwkomers zijn elk jaar bepaald op basis van de nieuwe invoer in de afgelopen 12 maanden.” Nieuwe katten dus, die bij Proteq verzekerd zijn. Als je er dan van uitgaat dat de helft van die polissen voor katten is, en dat katten gemiddeld zo’n 15 jaar worden, zit je op iets meer dan drieduizend nieuwe katten per jaar. Hmm. Ik ben benieuwd naar de volledige lijst met alle namen en aantallen!)

Wat ik op de Proteq-site pas echt leuk dacht te vinden was de namenbedenker. Misschien naief, maar omdat er stond “Heeft u zelf nog geen naam kunnen bedenken voor uw nieuwe huisdier en heeft u meer inspiratie nodig dan het bovenstaande overzicht? Probeer dan ook eens onze namenbedenker!” dacht ik dus dat die een originele naam zou bedenken. Zoals bijvoorbeeld Ockels. Als ik doe alsof ik een nieuwe kat krijg, zegt ‘ie: “de meest populaire namen in jouw regio zijn Max, Tijger, Tommy, Mickey, Simba”. Maar dat wilde ik niet weten.

voor zover ik kan vinden is er maar één Ockels

In dezelfde categorie, maar dan een stuk beter gedocumenteerd: de Nederlandse Voornamenbank. Daar kun je van alle namen opzoeken hoeveel mensen (uitgesplitst naar mannen en vrouwen) er in totaal met die naam in Nederland rondlopen, en ook wordt een mooie staafgrafiek gepresenteerd waarin te zien is hoeveel babies er in elk kalenderjaar die naam gekregen hebben.
Ook kun je per gemeente of regio op populariteit zoeken. In 2013 zijn er maar liefst 121 jongensbaby ‘Daan’ genoemd. Als we dan landelijk naar de populariteit van Daan kijken, is te zien dat het populariteitshoogtepunt in 2002 lag, met maar liefst 1236 nieuwe Daantjes. Maar aangezien die naam pas sinds de jaren ’70 een beetje gangbaar is, is het totaal-aandeel Daan niet zo groot. Johannessen, daar komen we in om. En maar liefst 20% van de vrouwen heeft ‘Maria’ als eerste of volgnaam.

Er heten ook vijf mannen Tijger. Bij mensen haalt ‘ie de top 5 nog lang niet.

Partners

Gisteravond had ik twee gemiste oproepen. Van mijn middelbareschoolbestevriendin die ik al vanaf eeuwig ken. Wij bellen elkaar nooit*. Of er was iets ergs, óf er was iets leuks. Met angst voor dat eerste belde ik terug, maar door hoe ze opnam was al duidelijk dat het om iets leuks ging. Iets heel leuks. Haar geliefde was, precies zoals ze had verwacht/gehoopt/geeist, op één knie gegaan en zij moest huilen van blijdschap toen ze heel hard ‘ja’ zei. Dat vind ik dus oprecht heel lief en romantisch, en ik ben heel blij voor haar.

En ook ben ik blij dat wij gewoon op een dinsdag in september, tussen het klussen door, even naar het gemeentehuis gaan fietsen om een handtekening te zetten en daarmee geregistreerde partners zullen zijn. Dat we lieve vrienden als getuigen hebben gevraagd, maar daar niet moeilijk over hebben gedaan. Dat we, omdat we die ochtend een stel schrootjes van de muur zullen trekken, niet in ons zondagse pakje gaan. Of eigenlijk wel, want op zondag loop ik meestal al in kleren waarin prima geklust kan worden. Dat ik gewoon een taart zal bakken omdat dat altijd lekker is. Dat we geen ringen gaan uitwisselen, niet hoeven te oefenen op openingsdansjes, of zullen bakkeleien over een tafelschikking.

Wij zijn gewoon bij elkaar, en op 2 september weten ze dat bij de gemeente ook. En dan heten we ineens partners. Het enige probleem hiermee is: hoe duid je elkaar voortaan tegenover anderen aan? ‘Mijn partner’ klinkt alsof je bij de politie zit of aan het bridgen bent, ‘mijn man’ is dan weer erg getrouwd. Ik hou het wel op ‘mijn lief’. Want dat is hij.

* Wij bellen elkaar nooit meer moet dat zijn. Van de brugklas tot het eindexamen hingen we natuurlijk elke middag uren aan de telefoon, nadat we uit school eerst een uur bij het kruispunt – waar twee klasgenootjes moesten afslaan – en daarna nog een uur voor haar huis hadden staan kletsen. Zo ging dat toen.

Dierenvriend

Ik beschouw mijzelf als een dierenvriend. Zo wonen we al bijna vier jaar in deze straat, en ken ik er meer katten dan mensen. Die twee met de gekke oortjes bij dat ene steegje, die rooie met maar één oog bij dat huis met die bakfiets, die grijze met zijn lollige witte baard… Daarnaast vind ik het vrij gebruikelijk om merels, rupsen en kevertjes te groeten. Ik verontschuldig me tegen spinnen van wie ik het web verniel en zet slakken die op mijn sla zitten voorzichtig buiten.

Maar er zijn twee diersoorten waar ik dus helemaal niks mee heb. De eerste is de klassieke mug: zoemen en steken, van mij hoeft het niet. Met een klein beetje schuldgevoel, maar stiekem vooral voldoening, sla ik ze plat. Vooral als er dan een flinke bloedvlek ontstaat is dat ultieme wraak.

Nummer twee is de fruitvlieg. Misschien komt het door het genetica-experiment op de middelbare school, waar je vliegjes met witte en rode oogjes moest verzamelen, kweken en in dat stomme buisje moest houden, om daarna te checken welke oogkleur het nageslacht had. Ik geloofde het zo ook wel.
Nu het zomer is, en mijn fruitschaal is gevuld met allerhande zoet en geurig fruit, is de populatie fruitvliegjes in de keuken explosief gegroeid. Toen de groenbak vol zat en we ‘m niet op tijd leegden al helemaal. In onfrisse wolken dansen ze maar door de lucht. En ik had juist het web van de spin boven de koelkast verpest, omdat hij zo stom was het aan een banaan vast te maken. De natuurlijke vijand van de vliegjes was dus verdreven. Maar ik ben er ook een. Grootmoeders tip: een bakje azijn met een druppel afwasmiddel. In eerste instantie was ik sceptisch. Toen ik een kwartier later in het bakje keek was ik gelukkig. Met een beetje schuldgevoel erbij.

Zo doe je dat

Bij de RUG zijn ze trouwens fruitvlieg-fan. Gelukkig zijn ze vrij gemakkelijk te kweken en heb ik met mijn actie de wetenschap niet gedwarsboomd.

Op schema

Om aan het eind van het jaar daadwerkelijk te kunnen kijken of ik me aan mijn voornemens heb gehouden en mijn doelen heb behaald, plaatste ik op 1 januari mijn lijstje goede voornemens.

We zitten inmiddels op de helft, een mooi moment om te kijken of ik wel op schema lig.

Behaald:
  • Een grotemensenhuis kopen: YEAH! Op 1 september krijgen we de sleutel!!
  • Zelf loempia’s maken: op 4 januari al gedaan, een succes.
    Wel wil ik ook nog springrolls maken van rijstpapier.
  • Een echte halve marathon lopen: op 27 april in Enschede volbracht (in 2.03.34)
Op schema: 
  • Minimaal 520 kilometer rennen: inmiddels staat de teller op 351.3
Ongeveer op schema:
  • Drie artikelen schrijven: het zijn er nu wel anderhalf-bijna-twee, maar de tijd vliegt…
  • Minstens vier soorten brood bakken: kwarkbroodjes, bananenbrood en ‘saai bruin brood’, maar dit kan veel beter.
Niet mee bezig: 
  • Accepteren dat ik 30 word. Als je daar niet mee bezig bent, gaat het misschien wel vanzelf?
Dit kan pas na 1 september, want nieuw huis:
  • Een kippenhok timmeren: dat wordt waarschijnlijk pas volgend voorjaar.
  • Op tijd boerenkool planten: moet lukken! 

Al met al geen slechte score.

Slakken

De afgelopen week woonde er een slak in een huisje in een gat in de muur. Dat vonden we eerst stom: hij heeft toch immers al een huisje!? Maar dat zette mij aan het denken: wat is het huisje van een slak, voor zo’n slak?

Hier woonde hij.

Tot ik er dit weekend echt over nadacht, associeerde ik het slakkenhuis in mijn hoofd met een caravan: een huisje dat je kunt meenemen. Maar een caravan kun je loskoppelen en bovendien kun je er in en uit. Op de biologiepagina kun je de anatomie van een slak oefenen en bestuderen. Dan zie je zó dat hij dat huisje helemaal niet kan verlaten. De caravan-vergelijking gaat dus niet op. Overigens heb ik echt een hekel aan caravans, dus het is maar fijn voor die slakken dat het niet zoiets is.

Waar zou het wél mee te vergelijken zijn? Ik ben er nog niet over uit. Maar ik zal het nooit meer gek vinden als huisjesslakken even ergens gaan wonen waar ze ook weer weg kunnen. Met huis en al.

Sokken

Wat ik niet snap: dat mensen open schoenen aan doen, en er dan halve sokken bij aantrekken. Ik probeer steeds stiekeme spionagefoto’s te maken maar dat mislukt tot op heden. Ik denk echter dat eenieder zich er wel een voorstelling van kan maken: een ballerina waar nog een randje van zo’n ‘onzichtbaar’ sokje in te zien is, sneakers met lage sportsokken onder een rokje, peeptoe’s waar een in sok gehulde grote teen uitpuilt.

Op zich moet iedereen dat zelf weten, en vind ik het ook nogal onvriendelijk om mensen te beoordelen op hun kleding- of sokkeuze. Hoewel ik mijn best doe er niet al te slonzig bij te lopen, zijn mijn outfits vaak immers ook niet al te modieus of opvallend. Negen van de tien keer tref je me in een simpel jurkje met basic laarzen. Meestal blauw of grijs, en als het koud is doe ik er een vestje bij. Maar als ik mijn laarzen uittrek komt me daar toch wat tevoorschijn! Mijn sokken zijn vrijwel dagelijks fantastisch. Ik heb zo’n 25 paar, met de vrolijkste kleuren en lolligste printjes. Van herfstig oranje, met eikeltjes en paddenstoelen, tot zomers blauwe met flamingo’s. Het is eigenlijk jammer dat ze altijd zo verstopt zitten.

Dus hier mijn boodschap aan de mensheid: als je dan toch zo graag je sokken wilt laten zien, doe dan in elk geval leuke aan.