Sokken

Wat ik niet snap: dat mensen open schoenen aan doen, en er dan halve sokken bij aantrekken. Ik probeer steeds stiekeme spionagefoto’s te maken maar dat mislukt tot op heden. Ik denk echter dat eenieder zich er wel een voorstelling van kan maken: een ballerina waar nog een randje van zo’n ‘onzichtbaar’ sokje in te zien is, sneakers met lage sportsokken onder een rokje, peeptoe’s waar een in sok gehulde grote teen uitpuilt.

Op zich moet iedereen dat zelf weten, en vind ik het ook nogal onvriendelijk om mensen te beoordelen op hun kleding- of sokkeuze. Hoewel ik mijn best doe er niet al te slonzig bij te lopen, zijn mijn outfits vaak immers ook niet al te modieus of opvallend. Negen van de tien keer tref je me in een simpel jurkje met basic laarzen. Meestal blauw of grijs, en als het koud is doe ik er een vestje bij. Maar als ik mijn laarzen uittrek komt me daar toch wat tevoorschijn! Mijn sokken zijn vrijwel dagelijks fantastisch. Ik heb zo’n 25 paar, met de vrolijkste kleuren en lolligste printjes. Van herfstig oranje, met eikeltjes en paddenstoelen, tot zomers blauwe met flamingo’s. Het is eigenlijk jammer dat ze altijd zo verstopt zitten.

Dus hier mijn boodschap aan de mensheid: als je dan toch zo graag je sokken wilt laten zien, doe dan in elk geval leuke aan.

Vaatwassers

Wij willen in ons nieuwe huis in onze nieuwe keuken graag een vaatwasser. Eigenlijk vind ik de afwas doen niet eens vervelend, het is dat aanrecht vol kommetjes met aangekoekte havermout, glazen met ranjarandjes en koffiekopjes met zo’n rare smurrie onderin dat een vaatwasser zo aanlokkelijk maakt. Vies? Hop, in de vaatwasser ermee.
Het klusje dat ‘afwassen’ gaat vervangen, is ‘de vaatwasser uitruimen’. Dat vind ik dus wel stom. Maar daar heb ik iets op bedacht! Eigenlijk gebruiken wij vrijwel elke dag dezelfde dingen: ik een kommetje voor mijn havermout, van mijn lief een voor yoghurt. Een koffie- en theekopje. Een lunch-bord als hij niet vergeet te eten. Een stuk of twee glazen. Een snijplank en mesje. Twee borden of kommen voor het avondeten, en wat pannen. Meestal ook wel elke dag ongeveer dezelfde.

Waarom zou je elke ochtend een vaatwasser leegruimen, om er diezelfde dag weer precies dezelfde dingen smerig in terug te zetten? Dus ik bedacht een fantastisch systeem: twee vaatwassers, waarvan de ‘schone’ eigenlijk het keukenkastje-voor-je-dagelijkse-spullen is.
Als je googlet op ‘twee vaatwassers’ kom je onder andere bij deze pagina, waar ze zeggen dat je best een dubbele vaatwasser kunt nemen om verschillende soorten afwas achter de verschillende deurtjes te zetten. Dat vind ik onzin, maar ik heb wel mooi het plaatje gebruikt om mijn systeem duidelijk te maken. Zie onder. Spreekt voor zich, toch?

De enige vraag is nu: is dit werkelijk briljant, of is er toch een reden waarom dit nog niet massaal is ingevoerd?

(oh ja, hier zeggen ze dat het heel ‘lux’ is)

Escobar

“Escobar is een zeer getalenteerde pinguïn. Hij kan jongleren en ook bordjes op een stokje laten ronddraaien. Tegelijk! Als je hem in actie wilt zien zul je geduld moeten hebben of moeten reizen. Hij is voor zeker de rest van het jaar op tournee, en zal de komende maanden onder andere te zien zijn in India en Libanon. De mensen zijn dol op hem. Hij draagt een hoedje alsof hij van de fanfare is, en ook een mooi jasje.”
“Met van die epauletten met gouden franjes op zijn schouders??”
“Nee joh, gek. Pinguïns hebben de vorm van een bowlingkegel. Die hebben helemaal geen schouders.”

Zo val ik dan toch zonder te piekeren in slaap.

Koolrabi

Koolrabi is niet mijn vriend. Elke keer als we er een aantreffen in ons groentepakket verstop ik ‘m achterin de groentebak. Een week of drie later kan ik die beschimmelde klont dan met een mengeling van schuldgevoel en opluchting in de groenbak gooien. We hebben het heus geprobeerd. In de pastasaus. In verschillende salades. In een ovenschotel. Allemaal niet echt een succes.

Afgelopen vrijdag hadden we er weer een. En vond ik het tijd voor een nieuwe poging. Met sinaasappel, mango, banaan en aardbeien ging ‘ie de blender in. Zaterdagochtend gaf ik mijn lief een groot glas sap. “Wat zit hierin? Het smaakt een beetje… raar…” Na mijn bekentenis verklaarde hij me voor gek. En concludeerde: zoals met alles dat we tot nu toe hebben geprobeerd, zou het zonder koolrabi toch lekkerder zijn geweest.

jammer dat het nog zo veel is

Inflatie

Economie was nooit mijn sterkste vak. Meneer Rotten was van “het enige recht van de vrouw is het aanrecht” en sommeerde alle meisjes tijdens de eerste economieles achterin de klas te gaan zitten. De jongens, voor hen was dit prachtige vak bedoeld, mochten voorin komen zitten om zo optimaal te profiteren van zijn fantastische onderwijs. Jammer voor hem dat er slechts twee heren uit de hele VWO-lichting voor economie hadden gekozen, en hij dus ook een aantal meisjes voor zich moest dulden. Maar ik ging braaf achterin zitten en lette zo min mogelijk op. Eigenlijk had ik demonstratief kookboeken moeten gaan zitten lezen, maar dat bedenk ik nu pas en dat is rijkelijk laat.

Als ik wel had opgelet, was ik me misschien meer bewust geweest van de extreme inflatie die heeft plaatsgevonden. En dan met name op de huizenmarkt. Hoewel de grote ‘huizenbubbel’ alweer is ingeklapt, zijn de huizen nu aanmerkelijk duurder dan in, pak ‘m beet, 1968. Bij het koopcontract van ons nieuwe huis zit ook de koopakte uit dat jaar. Met de vermelding van de prijs. In guldens, want die had je toen nog. Vierentwintigduizend. Een brood kostte toen een kwartje, en het salaris zal er ook wel naar geweest zijn. Maar toch.

 

Onder voorbehoud – en zelfs dat nog niet – maar toch

Op vrijdag 11 oktober 2013 gingen wij een huis bezichtigen. Toen begon de eerste wachttijd: de vraagprijs was veel te hoog voor mijn inkomen, en mijn lief zou pas in 2014 genoeg zelfstandige jaarcijfers hebben. Half december stond het nog steeds te koop! Op maandag 23 december gingen we met de aankoopmakelaar kijken, in januari deden we ons eerste bod. De verkoper viel achterover van schrik, weigerde zoveel van zijn vraagprijs af te halen, en wij bleven teleurgesteld achter.

Zeven volgende huizenbezichtigingen verder wisten we echt heel zeker: we willen dat ene huis. Met een onafhankelijke taxateur namen we eind april nog eens een kijkje, en gewapend met nieuwe feiten ging de aankoopmakelaar aan de slag. Die ellendige tijd tussen heel wat telefoontjes heen en weer heeft me een maagzweer en hartkwaal opgeleverd, maar ook…. een huis!!!

Dat wil zeggen: we hebben een mondelinge, telefonische overeenkomst met twee makelaars ertussen. De afspraak voor het tekenen van het voorlopig koopcontract moet nog worden gemaakt, de hypotheek is nog niet rond en de bouwkundige keuring zou eventueel nog roet in het eten kunnen gooien. En daarna ga ik nog drie officiële bedenktijd-dagen zitten nagelbijten in de grote vrees dat de verkoper er ineens toch niet van af wil. Maar inmiddels geloof ik het al wel een beetje: vanaf 1 september gaan wij ons helemaal de pleuris klussen.

En dat geeft ons ruim drie maanden om te bedenken wat we allemaal moeten aanpakken (makkelijk: alles) en wat we ervan willen maken (ook makkelijk: iets heel moois). Hier vast mijn artist impression van de tuin. Nou ja, eigenlijk heb ik er alleen kippen in gephotoshopt. Daar rechts komt een moestuin, en links waarschijnlijk ook. En ergens een kippenren zodat Ockels onze gevederde vriendinnen niet opeet.

dit gaat echt heel leuk worden

Eekhoornetymologie

Omdat het de hele dag noodweer zou worden, stonden we die zondag vroeg op om naar het American Museum of Natural History te gaan. Te vroeg, zo bleek, want we mochten er nog niet in. Om de tijd te doden liepen we om het immense gebouw heen. En daar op het gras en in de bomen zagen we een stel eekhoorns. Dat is nog eens fijn vermaak! Ze klauterden in struiken, roetsjten dikke stammen op en af, en frunnikten met die kleine handjes in het gras, op zoek naar wat lekkers. Toen hoorde ik een klein meisje roepen: “eekhoorn!!”. Maar vervolgens ging ze verder in onvervalst Amerikaans. En snapte ik dat ze had gezegd dat die squirrel een acorn had gevonden. Ja ja. En zo was ik ervan overtuigd dat ik een etymologische ontdekking had gedaan: wij noemen het een eekhoorn, omdat ze acorns eten.

zo ging het

Helaas raadpleegde ik mijn goede vriend Google om mijn gelijk te bewijzen, waardoor ik erachter kwam dat meer mensen denken dat ze zo briljant waren, maar dat het in feite een false friend is. Het lijkt dus wel zo, maar is het mooi niet. Want acorn heeft weer dezelfde herkomst als aker dat weer eik is geworden, en verder is het niet helemaal duidelijk, vooral niet waar dat ‘hoorn’ op slaat. Maar je kan je daarna wel uren vermaken met het opzoeken van andere woorden in datzelfde etymologiewoordenboek. Een squirrel is bijvoorbeeld een verbastering van het Grieks voor ‘schaduwstaartje’. Dat is ook leuk om te weten.

Core business

Na de halve marathon van vorige week had ik spierpijn. Waar ik normaal als een jonge hinde de trap af huppel, was nu de gemiddelde bejaarde nog sneller (zelfs met een rollator) (heb je wel eens iemand met een rollator van de trap zien gaan?). Maar naast de spierpijn in mijn bovenbenen had ik ook last van mijn onderrug. Hoe kwam dat? Door een gebrek aan training van mijn core! De fysio zei me zeker twee jaar geleden al dat ik mijn diepe buikspieren beter moet trainen om met voetballen en rennen geen last van mijn rug te krijgen. Volgens mijn agenda ga ik daarom braaf elke dinsdag tussen de middag naar pilates. Maar ja: lunchoverleg, conferentie, geen tijd, geen zin, geen spullen mee… en zo was ik al maanden niet geweest. Dat heb ik gemerkt, en daarom is pilates vanaf nu weer mijn dinsdagtussendemiddag core busisness.

Vandaag lag ik dus weer vol goede moed op het matje. Maar ik was iets vergeten: juf B is een robot. Met ijzeren precisie en naar het schijnt onvermoeibaar zwaait ze maar met armen en benen, blijft ze stabiel in houdingen waarvan ik niet eens weet hoe ik erin moet komen en in andere die ik nooit langer dan drie seconden volhoud, en zegt ze monotoon “nu de andere kant op” terwijl ik juist besloten had dat het de hoogste tijd was voor een rustmoment. Na de buikspieren waren de benen en heupen links en rechts aan de beurt, en daarna mochten we proberen zo dubbelgevouwen mogelijk op de grond te liggen. Ik was blij dat het na drie kwartier weer voorbij was. En dat ik volgende week dinsdag cursus heb.

(maar eigenlijk is dit natuurlijk heel goed voor me en ga ik het heus weer veel vaker doen. Zeker met het bikiniseizoen in aantocht)

Geduld

Wachten op de trein valt best mee: die komt meestal op het afgesproken moment. Wachten bij het stoplicht is draaglijker als er zo’n klokje is dat aangeeft hoe lang het nog duurt, hoewel het superirritant is dat het meestal niet gelijkmatig terugloopt. Wachten op mensen die in de rij bij de supermarkt die teruggaan om nog iets dat ze zijn vergeten te halen en daarna hun hele portemonnee met vrijmarkt-kleingeld leegkieperen is al iets frusterender, al weet je bij 13,80 wel dat die 14,25 en daarmee het einde echt in zicht is.

Wachten op een telefoontje van de makelaar is een hel. Hoe lang kan het duren voor een aankoopmakelaar een verkoopmakelaar heeft gesproken, de verkoopmakelaar de verkoper, en de verkoopmakelaar de aankoopmakelaar voordat de aankoopmakelaar ons weer belt? Het ongeduld giert door mijn lijf. Het bonst in mijn buik en jeukt achter mijn oren. Ik krijg wiebeltenen en het rilt over mijn rug. Ik heb huizenkoorts.

Half

Een goede voorbereiding is het halve werk. Een halve voorbereiding is dan denk ik een kwart van het werk. Als ik half had getraind voor een ultraloop van 85 kilometer zou dat genoeg zijn geweest. Maar ik liep een halve marathon. Half getraind.

Hoewel ik aan het begin van het jaar het lopen van een echte halve marathon als voornemen had, was er nog geen concreet plan voor waar en wanneer precies. Eigenlijk dacht ik dat dat in december altijd nog kon. Maar toen kreeg ik een mailtje van mijn werk, ik kon meelopen via de arbodienst. Waarom ook niet? In de periode daarna had ik mijn handen vol aan deadlines en een conferentie in het buitenland, en naast de voetbaltrainingen echt geen tijd (en zin…) om ook nog te gaan rennen. Had ik nog niet wat conditie over van januari, toen ik ook wel ongeveer 20 km kon? Twee lange duurlopen en daarna een week met alleen wat voetbal en dat was het.

Over mijn strategie was ik nog aan het nadenken in het startvak: proberen bij de 2.00-pacer te blijven, en afzakken indien nodig, of juist de 2.05 volgen en versnellen als het nog kon? Het werd: ertussenin lopen, bij 4km een dixie in en daarna geen idee meer hebben waar ik liep. Voor ik het wist waren we in het bos en in Lonneker, vanaf een kilometer of 13 begon ik met aftellen. Eigenlijk te vroeg. En daar kwam ‘het lange saaie stuk’ waar ik van alle kanten voor was gewaarschuwd. Niet overdreven. Heel lang. Heel saai. Heen en terug. Met gelukkig een collega in de middenberm, die twee keer riep dat ik dit heus wel kon. En de toezegging van een ander daar ‘ergens in de bocht’ te staan, waardoor ik het vertikte te wandelen, hoe graag ik dat eigenlijk ook wilde. Intussen, na een kilometer of 17, was ik zo vertraagd dat de 2.05-pacer mij bijna inhaalde. Een fijne motivatie, want hem wilde ik zeker voor blijven. Die laatste twee kilometer nog een flinke versnelling, en op het eind een dikke sprint omdat de bruto-tijd op 2.09.35 stond en ik wel voor 2.10 binnen wilde zijn. Net niet gelukt, 2.10.01. Netto: 2.03.34. Zeer zeker niet ontevreden! Voor de volgende train ik wel, en ga ik voor onder de twee uur.

Dit is een heroïsche foto
Dit is een heroïsche foto