Van die afgrijselijke dingen die mensen over en tegen babies zeggen

Vorig jaar dacht ik dat ik de meest helse winkelervaring van mijn leven heb gehad in de keukenzaak. Na een te lange ochtend bij de parketvloermensen gingen we, omdat we toch in de buurt waren, nog ‘even’ langs een ‘echte’ keukenwinkel. Hoewel we vrijwel overtuigd waren van een exemplaar van Ikea, kon wat voorlichting geen kwaad. Boyyy were we wrong. Een verkoper van toch zeker 15 had een heel schattig lineaaltje met allerlei vakjes en dingetjes, en deed er een miljard uur over om een plattegrond te schetsen die ik in tien seconden al als voorbeeld op het blaadje had getekend. Maar dan met rondjes voor de kookplaten en een speciaal kraan-tekentje. En waar ik er al vrij snel achter was dat deze jongen heus minder verstand had van keukens inrichten dan ik, was hij wel donders goed in je niet weg laten gaan. Toen ik haast moest huilen van ellende (en honger, het was tegen drieën en ik had alleen ontbeten) wilde hij ons alleen nog even zijn visitekaartje meegeven. Waar hij een kwartier naar moest zoeken. Oi oi.

Maar toen was ik dus nog nooit in een babyzaak geweest. Lees meer

Wat ik heb geleerd over de ontwikkeling van het menselijk lichaam

Nu ik een baby krijg gaat er een wereld voor me open. Ik leer bijvoorbeeld van alles over hoe een minuscuul klompje cellen zich ontwikkelt tot een mini-mensje dat na een tijdje groeien zomaar in de buitenwereld kan gaan overleven.

Tijdens de echo met twaalf weken zei de meneer die een soort visuele dwarsdoorsnede van ons kind maakte “kijk, de buikwand is inmiddels ook dicht”. Ik zag dat overigens niet, alleen als hij recht van de zijkant op de baby mikte kon ik een hoofd en beentjes en andere mens-vormen onderscheiden. De man bleek bij de eerste echo al een echte pro; hij had direct het hartje gespot. Lees meer

Tri toch maar nie

Ik ging dus even een tijdje niet voetballen omdat het zomerstop was, en ook omdat ik ging trainen voor de triathlon. Zwemmen, fietsen, wisselen – elke training was leuk en ik keek uit naar 29 augustus. Maar in plaats van die dag mijn eerste 1/8e triathlon te doen, zit ik dan in Zürich. Ik had al besloten me af te melden, voor de andere plannen werden gemaakt. Niet omdat ik niet durfde, of niet wilde, maar omdat het me werd afgeraden. Zwemmen is prima, hardlopen kan wel, maar racefietsen en voetballen kan beter even niet.

Als alternatief ben ik zaterdagochtend naar zwangerschaps-bootcamp gegaan. De hele zondag had ik nog er nog plezier van, en ook gisteren was de spierpijn niet helemaal verdwenen. Vanavond weer!

 

Inmaken

Wat ik elk jaar fout doe: inschatten hoe groot plantjes worden. Keer op keer zaai ik tomaten te dicht bij elkaar, denk ik dat het wel mee zal vallen, en weiger ze vervolgens uit te dunnen. Elke keer weer staat er meer dan één courgetteplant op een vierkante meter, het rijtje prei ziet er nog altijd treurig uit (vast omdat ze half onder de rabarber staan) en ook dit jaar wordt het niks met de meiraapjes omdat die arme knolletjes geen zonnestraaltje kunnen opvangen – de pompoenbladeren zijn er heftig overheen gewoekerd.

Desondanks levert het toch wel aardig wat op, zoals een monstercourgette. En duizend tomaatjes die nu nog allemaal groen zijn maar hopelijk snel rijpen. Met nog een restje komkommer en een halve wortel leek het me een goed moment om eens wat groente in te maken. Onderstaand recept was genoeg voor vier potjes van ongeveer 250 ml per stuk. Tip: beter meerdere kleine potjes dan één grote. Ten eerste kun je dan variëren met wat je in de verschillende potjes stopt. Ten tweede kun je dan potjes weggeven want zelf-ingemaakte groente is een topcadeautje (ok vast niet voor iedereen). Ten derde weet ik (nog) niet hoe lang een potje eenmaal geopend nog houdbaar is, en kleine zijn sneller leeg = kleiner bederfrisico. Ten vierde heb je dan als je een slechte combinatie hebt gemaakt niet alles verpest en is de rest hopelijk wel lekker.

Lijkt me overtuigend genoeg. Lees meer

Vissen in de regen

Ik werk in een gebouw dat voor de helft op een vijver staat. Of ‘in’ een vijver, maar net hoe je het bekijkt. Het staat in elk geval voor de helft op palen en die staan in de vijver en de vloer begint pas boven het water. Dat vind ik wel jammer, want als het écht in de vijver zou staan zou je op de begane grond (of in de kelder) ramen hebben die uitkijken in het water en dan kun je vissen zien. Naar vissen kijken vind ik een van de rustgevendste dingen op aarde. Snorkelen is nog beter dan duiken, want als je duikt hoor je de hele tijd een soort “grrrrrrrrr bfffffffffffff zjjjjj” van de lucht die je uitblaast en die langs je oren raast. Als ik snorkel, hoor ik niks en zie ik vissen en word ik helemaal zen (behalve toen er een baraccuda op topsnelheid op me af kwam met die akelige bek vol tanden). Lees meer

Vrienden

“Maar het leuke is: dan kunnen we vriendinnen zijn”, aldus de buurvrouw semi-enthousiast, toen ze lang voor alle toestanden ook al eens potentiële verhuisplannen ontwikkelde buiten de overeengekomen straal van maximaal 250 meter. Nu is het zover.

De uitdrukking ‘beter een goeie buur dan een verre vriend’ is mij op het lijf geschreven. Mijn beste relatie is altijd met mijn huisgenoten – ook voor ik met de man samenwoonde (niet met allemaal overigens, maar dat terzijde). Je zou misschien denken dat dat is omdat lijfspreuk twee ‘uit het oog, uit het hart’ is. Dat is dus niet zo. Plek zat in mijn hart. Het probleem is de wisselwerking tussen afstand, tijd en spontaniteit. Last-minute hardloopdates, overtollige baksels langsbrengen, of snel even een boek lenen – het gaat gewoon een stuk makkelijker als ik binnen een minuut voor de deur kan staan.

Zeventienhonderd meter. Als ik op mijn allerhardst fiets, voor geen enkele oversteek rem en het voetgangersgebied negeer, doe ik er minstens drie minuten over. Het zal wel moeten.

Dag buurvrouw.
Ik zal een goede verre vriend proberen te zijn.

Wisselen

Die triathlon dus. Dan moet je eerst zwemmen – dat heb ik inmiddels geleerd, en je eindigt met lopen – dat kon ik al heel behoorlijk. Daartussenin zit fietsen, en dat moet het verst want je gaat daar het hardst. Niet op je stationsbarrel met fietstassen en zonder versnellingen. Racefietsen, dat is heel wat anders dan ‘op een gewone’. Gelukkig heb ik vrienden met fietsen, helmen en dezelfde schoenmaat. Want er zitten ook nog klikpedalen op. Pedalen waar je je schoenen in vastklikt, zodat je de trappers niet alleen omlaag duwt, maar ook omhoog trekt. Daar ga je nog harder van. Nog enger. Lees meer

Zwemles

Het is zomer. Dat is op zich leuk, maar heeft ook één immens groot nadeel: het is warm als ik ga rennen. En ik hou niet van warm als ik ga rennen. Ik ben immers een winterloper. Zondag liep ik, samen met de buurvrouw, de letterenloop. Daar liep ik een wonderbaarlijk acceptabele tijd, en een zonnesteek op (ter info: ik pas hier een zeugma toe, een stijlfiguur voor gevorderden).

Wat ik in de zomer wel graag doe is: zwemmen. Dat kan ik matig. Hoewel ik met mijn C-diploma de hoogst gekwalificeerde zwemmer in ons gezin was, kan ik tegenwoordig nog ongeveer twee baantjes borstcrawl voor ik aan de beademing moet (een herstel-baantje schoolslag werkt ook). Op mijn werk hebben we een buitenbad waar ik heel wat zomerse lunchpauzes baantjes trek. Vorig jaar raakte ik in gesprek met een mevrouw die het goed bedoelde toen ze zei: “het is helemaal niet erg dat je techniek zo slecht is, dan is het eigenlijk nog beter voor je conditie”. Lees meer

Euroceaniavision

Deze week zat ik met een stel experts op het gebied van leerkrachtkwaliteit in een workshop, gericht op meer internationale samenwerking en kennisdeling. Wat ik (onder andere) heb geleerd is dit: Australië doet dit jaar ook mee aan het songfestival. Het zestigjarig jubileum (een enthousiaste collega was overtuigd van het tweehonderdjarig bestaan) van het Songfestival was een mooie gelegenheid om ook onze vrienden van de andere kant van de wereld te laten deelnemen. Ze zijn daar namelijk groter Eurovision-fan dan in het gemiddelde oostblokland.

Omdat Australië op uitnodiging meedoet, is besloten dat de Australische inzending direct geplaatst is voor de finale, samen met Frankrijk, Spanje, Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk – die betalen namelijk het meest mee aan de organisatie – en natuurlijk Oostenrijk, het land dat het hele festijn mag organiseren omdat ze vorig jaar gewonnen hebben. Daarnaast tien finalisten per halve finale, dus zevenentwintig in totaal.

De belangrijkste vraag is natuurlijk: wat gebeurt er als Guy Sebastian de meeste punten in de wacht weet te slepen? Moet het hele circus dan volgend jaar naar Australië? En mogen Nieuw-Zeeland, Papoea-Nieuw-Guinea en al die kleine eilandjes dan ook meedoen? Als ik google ‘Wat gebeurt er als Australië het songfestival wint’ lees ik bij de eerste hit: “Als dat gebeurt zal het Eurovisie Songfestival niet in Australië worden gehouden maar waarschijnlijk in Duitsland.” Een gemiste kans. Deelname van Samoa, Micronesië en Kiribati leek me nu juist een waardevolle toevoeging – op naar Euroceaniavision! Het schijnt overigens dat dit voornamelijk op basis van financiële motieven is besloten. En ik maar denken dat het om de liedjes ging…

Vakantie

Voor het eerst sinds we in ons huis wonen, was ik langer dan een weekend weg.
Voor het eerst sinds Ockels bij ons woont, lieten we hem zo lang alleen.
Voor het eerst in tijden had ik twee weken vakantie.

va·kan·tie (de; v; meervoud: vakanties)
1) periode waarin geen lessen worden gegeven
2) jaarlijks toegekende vrije tijd voor werkenden
3) reis naar en verblijf elders voor zijn plezier: op vakantie gaan

We begonnen met reis naar en verblijf elders voor het bezoeken van een conferentie, en bleven daar voor ons plezier. Vakantie. Lees meer