Uit goedheid van mijn hart

Zondagochtend, half negen. Ik stuur de buurvrouw een bericht: na de gewonnen wedstrijd van zaterdag voelde ik mijn heup weer, dus ik zou een keer verstandig doen en niet gaan rennen. Een zielige reactie over snot en moeheid volgde, en ik zei “zal ik anders toch mee?”. Dat hoefde niet, want ik had ‘pijn’. Maar zó erg was het ook weer niet. En het was zulk heerlijk weer. En ik kon ook gewoon voor de tien, en dan een uur lang mensen over de finish schreeuwen.

Als ontbijt bakte ik bananenpannenkoeken met bosbessen (een ideaal hardloopontbijt) en bedacht ik wat echt verstandig was: thuisblijven, een beetje in de tuin werken, en de administratie op orde brengen voor de belastingaangifte. Vijf minuten later stond ik me om te kleden om op tijd mee te rijden naar de stikzenuwachtige moeder van de buurvrouw. Buurvrouw zelf zei: “nu weet ik dat je écht mijn vriend bent, dit is een daad uit goedheid van je hart” – die had ik maar vast binnen. Eenmaal in de sporthal liep ik als vanzelf naar de na-inschrijvingstafel voor de halve. Ik was er nu toch.

Het leuke aan impulsief meedoen aan een wedstrijd: vrijwel geen zenuwen. Een straat vol hardlopers met verschillende kleuren startnummers (‘startvak’ is een iets te groot woord vind ik hier) en toen we ons afvroegen of het niet eens tijd was, hoorden we een soort ‘plok’. Dat was het startschot. Nog geen tweehonderd meter op weg hoorden we op de rand van ons trommelvlies iemand zeggen: “toch wel ver, tien kilometer”. De buurvrouw was not amused, maar hee – wij mochten niet klagen over de 21,1 want er liepen ook mensen 30. Het bleek maar weer dat de buurman geen meteoroloog is, want hoewel hij ons een zonnige loop had toegezegd kregen we na drie kilometer een dikke hagelbui op ons hoofd. We stapten in ‘de bus’ – een groep vrolijke marathonlopers die de dertig liepen als voorbereiding. Bij de splitsing van routes moesten we ‘op het knopje drukken’ en ‘niet vergeten uit te checken’. Wij riepen ‘dankjewel buschauffeur’ en sloegen af.

Niet veel later was ik ervan overtuigd dat de buurvrouw ging versnellen, maar volgens haar horloge was ik degene die vertraagde. Hoe dan ook: zij ging er vandoor, met als streven nog onder de twee uur te finishen. Mij kon het niet heel veel schelen, ik dacht ‘dit is een trainingsloopje’ – al vroeg ik me ook even af: waarvoor dan? Het nadeel van impulsief een wedstrijd lopen: slechte voorbereiding, zoals een bijna lege telefoon. Toen Sam ervandoor spurtte, zette ik muziek op, in de wetenschap dat dat kleine streepje batterij het nooit tot de finish zou houden.

We liepen de Achtkastelenloop, dus nu had ik als enige missie: kastelen zien en finishen. De buurvrouw liep vorig jaar de 30, en had destijds geen kasteel gezien ‘alleen een paar bordjes’. Nu bleek dat die bordjes het enige zijn dat je kúnt zien. Ook daar heb ik er geen acht van gespot. De route liep door bossen en langs weilanden, mijn favoriete omgeving. Van lange saaie fietspaden ben ik geen fan, zeker niet met een gevoelswindkracht van ‘stormachtig tegen’. En al helemaal niet als dat de laatste zes kilometers zijn. Bij de drinkpost na ongeveer achttien had ik het echt gehad, maar toen kwam het dorp in zicht en liep ik toch maar door. De buurvrouw liep de laatste honderd meter nog even mee – ik mocht niet op haar rug.

Terwijl ik op het bankje, waar een vriendelijke vrijwilligster mijn shoe-tag losknipte, even moest bijkomen, liep de buurvrouw terug om haar moeder binnen te halen. Ik stond net op tijd weer langs de kant om de aandacht van de meneer met de microfoon te trekken. In plaats van mij te herhalen, liet hij me in de microfoon schreeuwen. Dat is eigenlijk niet nodig, want zo’n ding versterkt dus al wat je zegt. Sorry mensen bij de boxen.

Dit is dus een wedstrijdverslag van een verrassingswedstrijd, zonder voorbereiding, zonder plan en zonder echte streeftijd (ook al beloofde ik mezelf vorig jaar dat ik dat de volgende keer wel zou doen). Sam en Anke lopen ‘voor het echie’. Nog minder dan vijf weken tot de halve marathon in Kaapstad. Hun verslagen zijn dan ook veel leuker en interessanter. Je kan ze volgen op samschrijft.nl – voor de mooiste verhalen moet je inloggen. Dat wachtwoord krijg je bij een donatie. Ik zeg je: dat is het waard.

flyervoorkant

Oh ja, ik deed er 2.08.26 over en ik heb geen zin om me daar druk om te maken – beter ben ik onder de indruk dat mijn benen dit zomaar kunnen.

6 reacties

    • Marieke zegt:

      Het stomme van schreeuwen door een microfoon is dat je ook niet meer te verstaan bent. Maar het was iets in de trant “daar is Ankeeeeeeeeeee!”. Nog voor ik kon zeggen “en Sam en ze trainen voor Kaapstad en kijk op samschrijft” had de meneer zijn microfoon al teruggeconfisqueerd. Gemiste kans.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *