Vakantie

Voor het eerst sinds we in ons huis wonen, was ik langer dan een weekend weg.
Voor het eerst sinds Ockels bij ons woont, lieten we hem zo lang alleen.
Voor het eerst in tijden had ik twee weken vakantie.

va·kan·tie (de; v; meervoud: vakanties)
1) periode waarin geen lessen worden gegeven
2) jaarlijks toegekende vrije tijd voor werkenden
3) reis naar en verblijf elders voor zijn plezier: op vakantie gaan

We begonnen met reis naar en verblijf elders voor het bezoeken van een conferentie, en bleven daar voor ons plezier. Vakantie.

Twee weken.
Vier mensen.
Vier The North Face duffels, in verschillende kleuren.
Eén witte Toyota Camry.
Drie chauffeurs.
Eén radiozender die overal te ontvangen was.
Vijf country-hits aan de playlist toegevoegd.

Vijf staten.
Drie meren.
2.130 kilometer over de weg.
13.642 kilometer door de lucht.
Tien verschillende slaapplaatsen.
Elf, als je de overnachting op Schiphol meetelt.
Twaalf, als je de nacht in het vliegtuig meetelt.

Eén keer de auto krabben.
Drie ochtenden een muts op.
Twee dagen in korte broek.
Elke dag een zonnebril.

Geen Ockels.

Ik ben ook blij om weer thuis te zijn.

2 reacties

  1. Olga zegt:

    Leuk! Maar ook wel weer heel verdrietig dat laatste component: geen Ockels. Doet me denken aan een gedicht dat ik ooit hoorde wat ongeveer zo ging:

    Een mees, twee merels.
    Twee merels, een kraai.
    Een merel, een kraai.
    Een kat, geen merel.

    Nouja, maar dan beter. It was funny. :)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *